Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zuurstof optreedt. (Proeven in kamers met verdunde lucht, proeven op groote hoogte). De urine wordt alkalisch, de ammoniakproductie vermindert. Vroeger hadden dezelfde onderzoekers verondersteld dat bij anoxaemie juist een acidosis zou bestaan. Zij meenden dat deze acidosis door de onvolledige oxydatie van melkzuur zou ontstaan, dit melkzuur heeft men echter nooit in de urine kunnen aantoonen. Daarom heeft men de theorie van melkzuuracidosis moeten opgeven.

Het Jiaemoglobinegchalte hangt ten nauwste samen met het koolzuurbindend vermogen van het bloed, en wel in dien zin, dat men heeft kunnen vaststellen (Hitzenberger en Tuchfeld), dat bij (pernicieuse) anaemie de C02-spanning van het arterieele bloed afneemt en het bicarbonaatgehalte toeneemt, naar mate het haemoglobinegehalte lager is. Terwij] bij polyglobulie juist het tegenovergestelde plaats vindt. H ö b e r spreekt zelfs van een „schynacidosis door teveel haemoglobine". Dus anaemie geeft, volgens hen, een verschuiving in alkalotische, polyglobulie een verschuiving in acidotische richting. Een alkalosis van het bloedplasma, daarentegen een verschuiving in acidotische richting van de erythrocyten, vermelden Dill, Bock, van Caulaert, Fölling, Hurxthal en L. J. Henderson. Mary A. Bennett onderzocht het zuurbasenevenwicht na experimenteele haemorrhagiën bij honden. Direct na de haemorrhagie vond zij een daling van de alkalireserve, die na enkele uren boven den norm steeg en na verloop van tijd weer tot normale waarden terugkeerde.

Ons voedsel bestaat uit organische en minerale bestanddeelen. Van de organische bestanddeelen worden onder gewone omstandigheden de koolhydraten en de vetten geheel verbrand tot koolzuur en water, welke eindproducten door de nieren en door de longen uit het lichaam worden verwijderd. Bij de afbraak der eiwitten daarentegen ontstaan zure verbindingen. Een klein deel wordt als zoodanig met de urine uitgescheiden. Een aantal eiwitten bevat zwavel of phosphor, de zwavel voornamelijk in dc aminozuren, een klein deel (b.v. cystine en cysteïne) wordt als zoodanig met de urine uitgescheiden, het grootste gedeelte wordt

Sluiten