Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ljjk verzet het lichaam zich tegen deze alkalosis, het teveel aan natrium moet zooveel mogelijk gebonden worden (we bespraken dit al op pag. 22), waarvoor in de eerste plaats koolzuur en voorts zwavelzuur, phosphorzuur en zelfs ook ketonlichamen gebruikt worden. De ammoniakproductie is sterk verminderd en een alkalische urine met veel bicarbonaat wordt uitgescheiden; behalve ketonlichamen vindt men bij de alkalosis ook andere organische zuren in de urine, b.v. melkzuur (Lichtwitz, 1. c.).

Wanneer het braken lang aanhoudt, dan zullen dezelfde factoren, die tot een hongerketosis leiden, ook hier optreden, te weten de onvoldoende oxydatie van de vetzuren en aminozuren door het koolhydraatgebrek van de lever.

Als een verder nevenverschijnsel bij deze chloropenie treedt een retentie van ureum en reststikstof op, welke retentie door toevoer van NaCl tot verdwijnen kan worden gebracht. Wij zullen ook bij de diabetische acidosis als deze met keukenzoutverarming in het bloed gepaard gaat, op dit verschijnsel, de „azotémie par manque de sel" wijzen. Vele hypothesen ter verklaring van het verschijnsel z\jn gegeven, geen enkele is afdoende. Sommige onderzoekers meenen een nierinsufficientie op toxische basis voor een en ander aansprakelijk te moeten stellen, anderen weer zoeken de oorzaak in extrarenale, n.1. humorale factoren, doordat het lichaam een daling van de moleculaire concentratie van het bloedplasma door middel van retentie van stikstof houdende lichamen zou probeeren te voorkomen.

Dat een maagfistel tot dezelfde gevolgen als die welke voor de afsluiting van den pylorus werden meegedeeld, kan leiden, behoeft wel geen nadere verklaring.

Begrijpelijk is, dat een afsluiting, die niet aan den pylorus, doch lager in het duodenum zit, al naar de localisatie een totaal ander beeld kan geven. Bedenken we nog eens wat over de samenstelling van de verschillende sp^sverteringssappen volgens de onderzoekingen van Gamble en Mclver werd meegedeeld, dan begrijpen we, dat het verlies van pancreassap en van gal tot een natrium- en chloorverarming en dehydratie moet leiden, waarbij voortdurend verlies van pancreassap met meer bicarbonaat- dan chloorverlies gepaard gaat. Zit de obstructie zeer laag — onder het sigmoid — dan is er alsnog voldoende gelegenheid voor

Sluiten