Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van de voeding in de lever tot diaceetzuur en /?-oxyboterzuur verbrand. Snapper en Grünbaum meenen dat deze stoffen in de nieren en misschien ook in de spieren verder tot C02 en water geoxydeerd worden. Bij den diabeteslijder kan het nu tot een ketosis komen. In de eerste plaats door de ophooping van vet in de lever, de z.g. „Fettwanderung" (Geelmuyden), waarbij n.1. als gevolg van de acidosis vet uit de onderhuidsche depóts gemobiliseerd wordt en naar de lever gevoerd wordt. Een ketosis ontstaat dus omdat de lever nu te veel vet met betrekking tot het voor de verbranding beschikbare glycogeen bezit (gecit. naar Snapper en van Creveld).

In de tweede plaats, we hebben er ook reeds terloops op gewezen, zou de lever van den diabeteslijder in mindere mate van de antiketogene factoren der eiwitten profijt kunnen trekken dan de normale lever, waardoor het dus in dit geval eerder tot een ketosis kan komen. Snapper en zijn medewerkers veronderstellen, in overeenstemming met hun zoo juist vermelde theorie, dat nog een derde factor voor het ontstaan van ketosis bij diabetici aanwezig kan zijn. Zij achten het namelijk niet onmogelijk dat de nier de ketonlichamen, die haar worden aangeboden, onvoldoende verbrandt, öf omdat het aanbod te groot is, öf omdat zij in deze functie gestoord is. De ketonlichamen dryven in het bloed het koolzuur uit het bicarbonaat en binden het natrium, terwijl het vrijkomende C02 het ademhalingscentrum prikkelt en door de versterkte respiratie wordt uitgeademd.

Echter niet alleen uit het natriumbicarbonaat, ook uit het keukenzout kan het natrium gebonden worden en een chloropenie in het bloed kan het gevolg zijn. Wanneer nu het chloor uit het bloed verdwijnt, wordt het dan uitgescheiden, b.v. met de urine,of wordt het vastgehouden in de weefsels (chloropexie) 1 Hierover zijn de meeningen verdeeld. Léon Blum en zijn medewerkers staan op het eerste standpunt, Meyer-Bisch op het laatste en spreekt van een z.g. „Starre des Gewebes". Zooveel is zeker, dat de urine tijdens een coma diabeticum zeer weinig keukenzout bevat, maar dan kan het keukenzout reeds in de voor-periode van het coma uitgescheiden zijn en dit is dan ook wat Blum c.s. gelooven. Terwijl, wanneer men het tegelijkertijd bestaan van een keukenzoutarmoede in bloed en urine met M e y e r-B i s c h wil verklaren

Sluiten