Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verschillende dagen bij denzelfden proefpersoon verschillend. Uit het feit, dat de verandering reeds zoo snel optreedt, concludeeren zij, dat hier een reflex-mechanisme in het spel is, dat met de voedselresorptie als zoodanig, niets te maken heeft.

Volgens E. F. M ü 11 e r is de proef van W i d a 1 op één lijn te stellen met de leukopenie, die optreedt na intracutane injectie van aolan. Sommigen zijn het daarmede eens, anderen (H o f f) gelooven, dat beide proeven in wezen verschillen, omdat de relatieve lymphocytose der haemoclasie na aolaninjecties achterwege blijft. Hoe het ook zij, de huidige opvatting is, dat een bloedverplaatsing door vegetatieve invloeden het verschijnsel zou veroorzaken.

Noem ik tenslotte het onderzoek van W ollheim, die parallel aan een verhooging van den calciumspiegel van het bloed een leucocytose en bij verhooging van den kaliumspiegel en leukopenie vond, dan mogen we ook hierin, blijkens wat boven over kalium- en calcium-quotiënt werd meegedeeld, een betrekking met het vegetatieve zenuwstelsel zien. Vermelding verdient dan nog de mededeeling van E. Schilling en Gröbel, die de leucocytenformule na intraveneuze injecties van KC1 en CaCL, hebben onderzocht. Noch in de totaal-leucocyten getallen, noch in de absolute leucocyten- en lymphocytenwaarden vinden zij een wetmatige veradering, doch een duidelijke afspiegeling van het K- en Ca-antagonisme zien zij in de relatieve verschuivingen. De Ca-injectie geeft een relatieve lymphocytose en de K-injectie een relatieve lymphopenie! Ook zij vinden geen reden om aan te nemen, dat de bloedaanmaakplaatsen aan het proces meedoen. Deze uitkomsten zijn daarom zoo merkwaardig, omdat zij tegenover de zoo juist genoemde uitkomsten van W ollheim staan en eigenlijk ook niet verwacht zouden worden, wanneer men zich hypercalcaemie parallel aan sympathicotonie en myeloische verschuiving van het bloedbeeld voorstelt. Ik kom hier nog nader op terug.

Wanneer een invloed van het vegetatieve zenuwstelsel op het bloedbeeld absoluut zeker is, dan moeten we ons dus de vraag voorleggen, hoe dit mechanisme tot stand komt.

Bedenken we nu hoe Kraus, Zondek, Danielopolu, het verband tusschen centrum en peripherie gelegd hebben, en

Sluiten