Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

L e h m a n n aangetoond, dat een vat wijder wordt, naar mate de doorstroomingsvloeistof zuurder wordt en nauwer, naarmate deze vloeistof alkalischer wordt ; echter treedt ook een vernauwing op, wanneer een zekere pH overschreden wordt. K r o g h vond een samenhang van het koolzuurgehalte van het bloed en het lumen der capillairen.

In de vierde plaats weten we uit onderzoekingen van Tannenberg, dat tal van vegetatieve pharmaca direct op de weefselcellen van den vaatwand, dus ongeacht zijn innervatie, inwerken en den toestand van het vat aldus beïnvloeden.

Nu rest ons nog in de vijfde plaats en als het ware als sluitsteen, het verband van vaatlumen en leucocytenformule. Een invloed is zeker, maar hoe deze zijn zal, daarover zijn de meeningen verdeeld. E. F. Muller e. a. vinden bij verwijding een leucocytose, bij vernauwing een leukopenie en verklaren dit strikt mechanisch. Het is immers bekend, dat de corpusculaire verdeeling van het bloed in een vat niet gelijkmatig is, maar dat de roode bloedlichaampjes in het midden stroomen, omdat zij soortelijk zwaarder zijn, terwijl de witte bloedlichaampjes zich langzamer dan de roode, met horten en stooten, langs den rand voortbewegen — zóne van Poiseuille — en hier en daar vastkleven (zie Krogh). Wordt nu een vat wijder, dan wordt de stroom langzamer en neemt het aantal leucocyten toe. Niet onvermeld mag blijven, dat in deze quaestie geen eenstemmigheid heerscht. 61 a s e r komt tot de tegenovergestelde conclusie en H o f f vindt nu eens een leucocytose, dan weer een leukopenie bij verwijding.

Tot slot wjjs ik op het werk van Ruef, die het aantal leucocyten van de inwendige organen (tijdens operaties) met het aantal leucocyten van het periphere bloed vergeleek. Differentiaal-tellingen vind ik bjj hem niet. Hij vond groote verschillen en bij de inwendige organen in het algemeen veel hoogere waarden en zag, dat een omgekeerde evenredigheid tusschen inwendige organen en peripherie bestond („splanehnoperipheer evenwicht" van E. F. Muller). Ook vond hy, dat het aantal leucocyten in een functioneerend orgaan grooter is dan in een orgaan in rust; hjj

onderzocht dit bij spieren.

Resumeerende kunnen wij ons dus voorstellen, dat het leuco-

Sluiten