Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

. ====S=S=H=======! aa========!==^=BS9=a-SS9B^

Naam -g H2, — g Chloor gr. p. L. ~ n No. Hist. a ö Datum. J ®1 o

M°rbi- ! J < £ g T PI. E R Vv mgr.% mgr.% Totaa, —; : !

Naam No. Hist. Morbi.

i

Geslacht. Leeftijd.

Datum.

1

Alkali reserve vol %

Chloot gr. p. L. K Ca Witte Bloedlichaampjes.

I ~ „ Q ' KLINISCHE DIAGNOSE EN BIJZONDERHEDEN.

T I P1' E R Vt mgr- /o mgr. /0 TotaaI st Sgm Lv Gm Eos Bas N

39 31/32 ^ 21 8-10-'31 57 5 q Jq i -0,,0 2o'* 89 23 6000 ~~ 341/2 32'/-> 31 2 — — — Febris Typhoidea. Sedert drie weken ziek. Moe,

«/« 8 10 31 57.5 2.66 3.53 1 45 0.41 58/42 18.7 10.7 1.7 6000 - 91/2 44 31 10 3 /2 2 - hoofdpijn, rillerig. Roseolen. Milt vergroot. Urine:

diazo +•

21-8-'31: haemocultuur positief.

! Koortscurve verloopt typisch.

8-9-31: lichte darmbloeding.

81 31/32 ^ 2 84| 350 17'* ®-7 2-0 3300 ~~ 44'/2 32 22 1 1 2 — — Febris Typhoidea. Sedert 14 dagen ziek, pijn in

de borst, hoofdpijn, diarrhoe. Roseolen. Milt vergroot. Urine: diazo +. Koortscurve „amphibool". Agglutinatie 1/500 +.

204 31/32 ^ "8 2.7o! o.50 1.23 0.35 65/35 15.4 9.2 1 7 4300 20 32'/2 40 71/2 — — — Febris Paratyphoidea B. Een week tevoren plot¬

seling ziek geworden, pijn in de lendenen, geen j roseolen, geen milt, buik nihil. Urine: diazo -}—|—

Koortscurve „amphibool". Faeces soms met slijm en bloed. Agglutinatie 1/500 positief.

96 74 31/32 ^ 37 15"10"31 08 2 80 3'6° 1-82 0,50 55/45 20 7 9-7 21 6800 ~ 3 49'/2 38 64-/2 3 — — Morbus Bang? Landarbeider is sinds 3 maanden

moe, zweeten, hoofdpijn. Milt dubieus vergroot. Agglutinatie 1/250 +. Geen koorts. Zijn koeien hebben geaborteerd.

21 31/32!^ ° 2 9 31 67 5 2 52 3 69 ~ 19 4 10.7 1.8 4800 101/2 521/2 29 8 — — — Morbus Weil. Twee dagen na vischpartij koude

rilling, herpes, daarna icterus, haematurie. Bij opname op 27-7-'32: lever vergroot, milt niet. Bloed bilirubine 13 eenheden. Urine sediment enkele erythrocyten. Leptospirencultures negatief. Agglutinatie 1/3000.

210 31/32^ 19-2-32 j 63,5 3^7 3 90 l's8 0.48 74/26 18 1 10 1 18 "óOO ~ JJ, 3!i2 j? 0Ï/2 3 ~~ Morbus Weil. Schipper. Een week geleden ziek

° 0272 19 5 i'l2 3 — geworden. Typische anamnese. Lever vergroot, milt ! percutorisch vergroot. Urine: albumen Sedi¬

ment: erythrocyten, leucocyten en cylinders. Urobiline -|—1~. Galkleurstoffen +. Bloed: leptospiren negatief. Agglutinatie 1/30000 positief. 4-2-'32: bloed bilirubine 27 eenheden. 18-2-'32: bloed bilirubine 4 eenheden.

" 357B31/32 & M 17"6"'32 62 290 3'87 1 45 037 60/40 17"3 112 1-5 12000 - 51/2 83 ^/2 5

do7 31/32 /1 0 /2 0 Tetanus. 4 dagen te voren hand aan een stuk

! hout verwond. Wond excisie linker thenar. Groote

splinter verwijderd. Trismus en krampen. Serum

en narcotica.

18-6-'32 t. Muizenproef +. Cultuur +.

90 31/32 ^ 11 293.120'331 5^ 3.13 1.63 £4! 65/35 lil \t 4^0 - /'L®39140v'8'/2 IV2 ~ Diphtheritis. 2 dagen te voren keelpijn. Typisch

j ' 4SUU ! 1 ; 39 ! 40 12 9 8 /2 1 /2 — beslag. Klieren aan de hals. Diphtherie +• Geen

1 1 « 1 ! complicaties.

Sluiten