Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aan diabetes, voor zoover zij niet in acidotischen toestand verkeerden, gevonden, dat de schommelingen van den K-spiegel belangrijk sterker zijn dan van den Ca-spiegel en wel dusdanig, dat van de 5 patiënten (waarvan er twee, Nos. 3 en 7 tweemaal werden onderzocht) het K-gehalte viermaal binnen de normale waarden viel en driemaal iets lager dan de normale waarden, dus — maar het materiaal is zeker te klein om een betrouwbare conclusie te trekken — eventueel een neiging tot hypokaliaemie (in tegenstelling met P. Spiro). Het Ca-gehalte was altijd binnen de uiterste normale grenzen, één keer aan den lagen kant en tweemaal aan den hoogen kant.

In de acidotische toestanden daalt de K-spiegel en stijgt de Ca-spiegel. Ook bij patiënte No. 12 met zwangerschapsacidosis bleek de Ca-spiegel belangryk gestegen en daalde, toen de acidosis verdween. Evenzoo daalde de K-spiegel, die bq haar ten slotte op een veel te laag niveau bleef. Dit is in overeenstemming met wat ik in Hoofdstuk I over de zwangerschap meedeelde, waarbij immers in de laatste maanden een daling van het kationengehalte in het bloed gevonden wordt, daarbij ook een lager alkali-reserve voorkomt en abusievelijk tot de meening geleid heeft, dat in deze periode een lichte acidosis zou bestaan.

Bij de lijders aan thyreotoxicosen (Nos. 24, 25, 26, 27) komen veranderingen van het K-gehalte in beide richtingen voor, is wederom de Ca-spiegel veel constanter en deze neigt naar stijging.

Dat bij No. 28 met hyperparathyreoidie het Ca-gehalte veel te hoog was, behoeft geen betoog; de K-spiegel was normaal.

B}j de lijders aan tetanie (Nos. 31, 32, 33, 34) zijn in het geheel 6 bepalingen verricht. Slechts éénmaal was het Ca-gehalte belangrijk verlaagd en tweemaal het K-gehalte verhoogd.

Bjj het meisje met endogene veimagering (No. 29) was de K-spiegel verlaagd, de Ca-spiegel normaal en bij de patiënte met progressieve lipodystrophie (No. 30) werden beide spiegels normaal gevonden.

P. Spiro vond bg aandoeningen met icterus een hypokaliaemie en een hypercalcaemie; bij twee lijders aan cirrhosis hepatis met icterus (Nos. 46 en 47) vond ik eveneens een laag K-gehalte, maar bjj de twee patiënten met de ziekte van W e i 1 (Nos. 97 en 98) en bij één lijder aan pernicieuse anaemie met verhoogd bilirubine-

Sluiten