Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

over de totaal aantallen geen bepaald oordeel te vellen. Er is een relatieve neutrophilie opgetreden, doch ik vind mijn resultaten minder sprekend dan die van H o f f.

Over het algemeen hebben de proefpersonen de salmiak zonder veel bezwaren kunnen innemen, een enkele heeft wat over diarrhoe en misselijkheid geklaagd.

IV. Ten slotte hebben eenige proefpersonen gedurende 4 dagen dagelijks 12 gram biearbonas natricus geslikt. De gang van het onderzoek was dezelfde als bij reeks III. Dit ging zonder eenig onaangenaam nevenverschijnsel. De alkali-reserve steeg soms niet, soms wel. Ook patiënt No. 3 van hoofdstuk III heeft, zooals men uit de tabel op pag. 78 kan zien, gedurende eenige dagen een groote hoeveelheid bicarb. natr. ingenomen, waardoor de alkali reserve op een niveau kwam te liggen, dat ongeveer 10 vol. % hooger was dan het oorspronkelijke.

Noch bij dezen patiënt noch bij de proefpersonen bleek eenige wetmatige verandering van het bloedbeeld, hetgeen dus met de proeven van Hoff overeen uitkomt (zie tabellen kolom „B").

De alkali reserve stijgt gewoonlijk na het toedienen van bicarb. natr. Beteekent dit, dat er een alkalosis ontstaat? Neen, althans hoegenaamd niet, zooals gebleken is uit het reeds eerder vermelde onderzoek van Davies, Haldane en Kennaway, die zelfs na groote doses bicarb. natr. (ongeveer 60 gram daags) den zuurgraad van het bloed practisch niet zagen veranderen. Parallel met de stijging van de alkalireserve neemt n.1. ook de koolzuurspanning van het arterieele bloed en de alveolairlucht toe, zoodat de verhouding dus ondanks de „hyperkapnie" nagenoeg gelijk blijft. Bovendien wendt het lichaam al zijn hulpmiddelen aan om zich van het overmatige alkali te ontdoen. Met de urine wordt veel alkalisch phosphaat en veel biearbonaat uitgescheiden, de ammoniakproductie wordt nagenoeg gestaakt en organischce zuren (acetonlichamen) worden niet verder verbrand, circuleeren en worden in de urine aangetroffen. Een, althans ongecompenseerde alkalosis ontstaat dus wel hoogst waarschijnlijk niet.

Vatten we nu de resultaten van de proeven samen, dan komen we tot het besluit, dat:

1°. salmiak-acidosis een geringe verschuiving van het bloedbeeld in myeloische richting geeft.

Sluiten