Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK I.

HET WEZEN EN DE ONTWIKKELING

DER PLASTISCHE OPERATIES EN TRANSPLANTATIES.

Onder eene plastiek in den engeren zin des woords verstaat men het sluiten van een weefseldefect of het vervangen van een voor het organisme verloren gegaan of schadelijk deel door middel van een gesteelden lap, d. w. z. door een of ander weefsel, hetzij uit de naaste omgeving, hetzij op afstand van het te sluiten defect verkregen, maar zóó, dat dit weefsel met zijn voedende onderlaag öf blijvend öf althans eenigen tijd in samenhang blijft.

Bij de transplantatie daarentegen maakt men gebruik van weefsel, dat geheel en al gescheiden is van zijn voedenden bodem.

Ik moet hier dadelijk aan toevoegen, dat men zich in de praktijk niet houdt aan deze strenge onderscheiding en vaak van transplantatie spreekt, waar men volgens bovenstaande definitie met eene plastiek te doen heeft. Het duidelijkst blijkt dit wel, wanneer men hoort spreken of leest van transplantatie van een plastischen lap.

Al naar gelang nu het getransplanteerde weefsel afkomstig is van het zelfde — of van een ander individu of uit levenloos materiaal bestaat, spreekt men van Autoplastiek, Heteroplastiek of Alloplastiek (Marchand). Ook heeft men de weefseltransplantatie van dier op mensch beproefd, maar behalve bij been- en corneaoverplanting (Reissiger) en bij enkele transplantaties uit den lateren tijd, waarop ik straks terugkom, geen of slechts voorbijgaand resul-

Sluiten