Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kaste der priester-geneesheeren te Thebe, dateerende uit de jeugd van Mozes in 1552 v. Chr.

Niet minder ingenieus is de „Italiaansche methodedoor Gasper Taliacotius, meestal Tagliacozza genoemd, in 1597 beschreven in zijn werk „De curtorum chirurgia per insitionem", welke methode evenals de oude Indische oorspronkelijk gebezigd werd ter vervanging van verminkte neuzen, maar hiervan verschilt, doordat de gesteelde lap niet uit de naaste omgeving, maar op afstand van het defect verkregen werd, nl. uit de huid van arm, borst, rug of been.

Malgaigne vertelt in zijne inleiding bij het werk van Paré van eene Italiaansche familie in de middeleeuwen, Branca genaamd, die eveneens verminkte neuzen kon herstellen en zelfs nieuwe methoden daarvoor uitgevonden had.

In de eerste helft der 19de eeuw, waarschijnlijk na de mededeeling van Carpue, ziet men van verschillende zijden het streven, de bestaande methoden weer in te voeren, te verbeteren en uitte breiden. Van 1834 dateert de eerste blepharoplastiek door Dieffenbach, die zich niet alleen met huidplastiek tevreden stelde, maar in hetzelfde jaar nog de eerste cheiloplastiek uitvoerde, waarmee dus de overplanting van slijmvlies mogelijk bleek.

Mag men de eerste helft der 19de eeuw den gulden tijd der plastiek noemen, in de tweede helft kreeg deze eene mededingster, die haar weldra over het hoofd groeide, n.1. de transplantatie. In 1869 toonde Reverdin aan, dat het mogelijk was een huiddefect te doen dichtgaan door er kleine stukjes epidermis + stratum papillare verspreid op te leggen. In 1886 verbeterde Thiersch deze methode op de welbekende wijze, terwijl v. Esmarch en Krause bewezen, dat ook transplantatie van geheele huidstukken met of zonder vetlaag mogelijk was. Alhoewel deze laatste twee als de grondvesters dezer methode bekend staan, de eersten waren zij niet, daar Bünger reeds in 1823 met succes een geheele huidlap getransplanteerd had.

Dat huidplastieken ook nog voor andere doeleinden te gebruiken zijn, bewijzen wel de pharynxplastiek van Helferich en de oesophagoplastiek van Schalita enz.

Begrijpelijk is het, dat, waar men zoo uitnemende resultaten had met deze plastische operaties en transplantaties van huid en slijmvlies, men ook een stapje verder durfde gaan.

Het periost en been kwamen nu aan de beurt. In 1854 voerde

Sluiten