Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

plastiek. Aan zekere voorwaarden moet de plastische lap hier voldoen, nl. dat ze contractiel is, en dan kan men zeker geen geschikter materiaal vinden dan den darm, waarvan men bovendien gemakkelijk een deel kan missen.

Reeds in 1888 deelden Tizzoni en Hoggi proeven hieromtrent mede. Eerst isoleerden zij eene dunnedarmlis, bij eene 2de operatie naaiden zij het onderste deel van die lis aan den blaashals vast en implanteerden de ureteren in het bovenste. Aanvankelijk was het proefdier incontinent, maar later kon het de urine een uur lang ophouden.

In 1899 publiceerde v. Mikulicz een gunstig verloopen geval. Hij had een ileumlis uitgeschakeld, het eene einde daarvan in den buikwand genaaid, daarna een deel van de blaas en den darm aan elkaar gehecht, vervolgens de epispadie behandeld en ten slotte de darmblaas geheel gesloten en in het abdomen gebracht. Deze gecompliceerde operatie werd in 2 tempi verricht, terwijl enkele naoperaties noodig bleken wegens ontstane fistels. Na P/a jaar was patiënt genezen, had een blaascapaciteit van 100 cM3., maar kon de urine alleen met behulp van een penisklem ophouden, dus incontinentie.

Rosenberg verving kleinere en grootere stukken van den blaaswand door een met haar mesenterium in verbinding blijvende uitgeschakelde dunnedarmlis. De functioneele resultaten waren goed.

Rutkowski knipte een geïsoleerde darmlis contramesenteriaal open en verving met dezen lap het ontbrekende blaasstuk. Na 7 weken kon de 12-jarige knaap 25 cM3. urine in de blaas houden.

Om den duur der operatie te verkorten en den ingreep minder groot te maken, hebben Brunn en Baldassari volgende proeven genomen. De eerste nam een gesteelden serosa-muscularislap van eene naburige darmlis en dekte daarmee een blaasdefect, terwijl de laatste een serosa-muscularislap van den aan het gat grenzenden blaaswand nam, daarmee het hiaat sloot en het van zijn serosa beroofde blaasstuk met net bedekte, 't Lospraepareeren dier lappen kost echter ook veel tijd, is niet gemakkelijk en veroorzaakt veel bloeding. Volledigheidshalve vermeld ik nog de proeven van Cornil en Carnot. Zij bedekten gesneden wonden in de blaas met net, reseceerden de koepel van de blaas en dekten het hiaat met net, propten een dergelijk hiaat met net vol en sloten een blaasdefect met behulp van een dunnedarmlap.

Al zijn deze pogingen om blaasdefecten met behulp van darm te

Sluiten