Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

omgeklapt moet worden en op het maagdefect te liggen komt; doorloopende slijmvlieshechting aan de bovenste lange rechthoekszijde, waarmee het hiaat gesloten is; daarna serosa-muscularishechtingen aan de bovenste lange- en aan de beide korte rechthoekszijden; deze beide laatste veroorzaken eenige moeite, daar in 't midden de insertie van het mesenterium in den weg zit. Enkele geknoopte serosamuscularishechtingen worden nog aangelegd, waar de maag- en darmserosae niet mooi tegen elkaar liggen, de optrekkers verwijderd en maag met ingezette darmlap in de buikholte gebracht. Was onder het innaaien van den lap de mesenteriumsteel tamelijk gespannen, nu is de spanning geheel opgeheven.

Doorloopende hechting van het peritoneum en reconstructie van den buikwand. De duur dezer operatie bedroeg l3/* uur.

Kees herstelde zich weldra en de kritieke dagen gingen zonder stoornis voorbij. Braken deed hij niet en de gewone voeding verdroeg hij best.

20 Augustus 1908, dus ruim 3 maanden later, werd de buik weer geopend, de maag naar buiten gehaald en naar boven omgeklapt, hetgeen moeilijk ging door de spannende mesenteriumstreng. Het stuk dunne darm is gemakkelijk te vinden, door de insertie van het mesenterium en door een bijna zilverwit, glinsterend litteekenstreepje, dat het ingezette darmstuk omgeeft. De serosae van maag en darm liggen overal mooi tegen elkaar, in hetzelfde niveau, slechts gescheiden, door dat ± 1 mM. breed litteekenstreepje.

Overigens is niets bijzonders te zien, het net heeft er zich niet tegen aangelegd. De vaten in den mesenteriaalsteel zijn niet geöblitereerd, men kan ze duidelijk voelen kloppen. De plaats der dunnedarmanastomose is duidelijk te herkennen aan een lichte insnoering van de serosa; een naburige dunne darmlis zit er tegen aangeplakt, maar de verkleving is gemakkelijk stomp op te heffen. Daar ik het plan had, eene maagplastiek met dikken darm te verrichten en Kees den eersten ingreep zoo goed verdragen had, dacht ik hem ook sterk genoeg voor een volgenden, maar zooals blijken zal, ten onrechte.

20 Augustus 1908. Ik isoleerde op dezelfde wijze als vroeger met de dunnedarmlis een 8 cM. lang stuk van het colon transversum, in verbinding met zijn mesocolon en maakte een eindelingsche anastomose tusschen de coloneinden.

Vervolgens sneed ik den mesenteriumsteel van den getransplanteerden darmlap door om zekerheid te hebben, of de vaten geöblite-

Sluiten