Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

iets, dat wel der vermelding waard is. De anastomose in de dunne darm was op één plaats insufficiënt, de omringende darmlissen waren er tegen aan verbakken, bij 't losmaken stroomde darminhoud uit de anastomoseplaats en zag ik iets, dat bij den eersten oogopslag op een sprietje leek, uit de perforatieopening naar buiten steken. Ik haalde dit eruit en het grassprietje bleek een ascaris lumbricoides te zijn, die kans gezien had, door de anastomose gedeeltelijk naar

buiten te kruipen.

De geisoleerde lis was aan 't orale einde, waar ik ter herkenning de geknoopte hechting aangebracht had, bedekt met 't net, dat er als een kapje overheen lag en zoodoende eene holte afsloot, waarin een vuilgrijze slijmmassa zich bevond, die bij druk op den darmbuis naar buiten vloeide. De dood van den hond moest dus toegeschreven worden aan insufficientie van de anastomose, waarschijnlijk in de hand gewerkt door een ascaris lumbricoides.

IX. Totale maagresectie en plastiek met behulp van een jejunumlis.

7 Maart 1910. Does. Opening der buikholte in de mediaanlijn, vingerbreed onder den proc. ensiformis beginnend en ter lengte van + 10 cM. De maag is sterk geballonneerd en met vocht gevuld (overblijfsel van het l1/, uur vóór de operatie gegeven proefmaal). Op behoorlijken afstand van het duodenum wordt een ±15 cM. lange jejunumlis op de gewone wijze geïsoleerd met behoud van haar mesenteriumsteel en de continuïteit van het jejunum hersteld. Vervolgens worden het omentum majus en -minus onderbonden en doorgeknipt, éénerzijds tot vlak bij den pylorus, anderzijds tot vlak bij den oesophagus, aan beide einden 2 maagklemmen aangelegd en daartusschen de maag met den thermocauter doorgebrand. Vervolgens wordt de geïsoleerde jejunumcylinder door eindelingsche anastomosen aan de beide maagstompen vastgemaakt, volgens de methode Billroth I.

Ik begon 't eerst aan de oesophageale zijde, daar deze de meeste bezwaren opleverde, aangezien ik in de diepte moest werken.

Daar de cardiastomp zoo ver teruggetrokken was, legde ik zoowel aan de vóór- als aan de achterzijde van dezen stomp een optrekker aan, die door de serosa en muscularis heenging. Niettegenstaande deze optrekkers, waardoor ik den cardiastomp ongeveer in het vlak van de huidwond kon brengen, bleef de doorloopende muscularis-

Sluiten