Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

niet meer op de pooten staan, zoo zwak is zij geworden. Lichaamsgewicht gedaald tot 10 pond en 4 ons. Zij maakt een echt kachectischen indruk, geen verhoogde peristaltiek, zelfs geen braakneigingen, kortom, van ileus klinisch geen spoor.

22 Juli 1910. De hond is gestorven. Bij de sectie vond ik het volgende: een uitgeteerd cadaver, vetweefsel zoo goed als ontbrekend, spieren minimaal ontwikkeld en bleek, buik slap, ingevallen.

De organen vertoonen geen afwijkingen, zijn alleen bleek gekleurd. Geen vocht in de buik. Het eenige, wat opvalt, is een sterk opgezette darmlis, die op 2 plaatsen vergroeid is met de aangrenzende darmlissen. Bij nameten blijkt, dat dit het ongeschakelde stuk jejunum moet zijn (zie photo). De vergroeiing met de omgeving is aan de orale zijde zeer moeilijk op te heffen, waarbij de serosa van het opgezette stuk inscheurt, die aan de anale zijde kan gemakkelijk losgemaakt worden. Er waren nu twee mogelijkheden,

1°. dat er na de operatie door verkleving van darmlissen tengevolge van eene afgeloopen lichte peritonitis afknikking en daardoor ileus zou ontstaan zijn.

2°. dat we hier te doen hebben met de door Prutz en Ellinger eveneens waargenomen spoelvormige verwijding in het omgeschakelde darmstuk.

De eerste mogelijkheid viel gemakkelijk buiten te sluiten. De twee darmlissen toch, die met den wand der spoel vergroeid zaten, waren zoowel boven- als onder de vergroeiingsplaats even dik, dus een afsluiting van het darmlumen kon er niet zijn. Dit bleek trouwens ook na het openknippen der darmen, nergens was eene vernauwing opgetreden, alleen op de plaats der spoelvormige verwijding (die bij nameten rondom de bovenste anastomose moest gelegen zijn; resten van darmhechtingen waren niet meer te vinden), was 't lumen sterk toegenomen en ging zoowel anaal- als oraalwaarts in het gewone darmlumen over. In de spoelvormige verwijding vond ik vrij veel haren en wat stroo, welke voorwerpen daar klaarblijkelijk geretineerd waren, want noch in het ileum, noch in het colon, die beide wèl normalen darminhoud bevatten, waren deze corpora aliena te vinden. Waar de hond tot vlak vóór zijn dood nog geregeld ontlasting gehad had, kan er dus geen sprake zijn van een ileus, maar hebben wij denzelfden toestand, als door Prutz en Ellinger gevonden.

Microcopisch vond ik ook hier in de spoelvormige verwijding eene verdikking van de muscularis, maar niet zoo sterk als bij de Gegen-

Sluiten