Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

scopisch onderzoek voor 't grootste deel blijken te bestaan uit leucocyten en verder een enkele epitheliumcel. Veel minder kristallen dan vroeger, slechts weinig tripelphosphaten; maar in de plaats van oxaalzure kalk nu tyrosine buudeltjes. Geen nierepitheliën of cyiinders.

8 October 1909. Toen ik van mijn buitenlandsche reis terug kwam, vond ik Kees wel in leven, maar in welk een toestand. Ze zat zoo dik onder de schurft, dat haast niemand haar aanraken durfde. Ik besloot toen, haar af te maken, dus 57? maand, nadat ik de vesicoplastiek verricht had.

In het begin der narcose liep urine af, die ik opving en onderzocht. Zwak positieve Heller (veel minder dan vroeger); microscopisch wat slijm, eenige leucocyten en een enkele epitheliumcel, geen cyiinders. Het net bleek aan het buikwandlitteeken verkleefd te zijn; verder waren 2 ileumlissen met elkaar verbakken, maar zonder passagestoornissen te hebben veroorzaakt, de verklevingen waren stomp op te heffen. De buik ziet er verder normaal uit.

Alleen aan de mesenteriuminsertie kan men zien, waar de darm in de blaas getransplanteerd is, de serosae gaan mooi in elkaar over. Zelfs 't witte litteekenstreepje ontbreekt hier. De vaten in den mesenteriumsteel kloppen en bloeden behoorlijk bij doorsnijden later. Voorzichtig wordt nu de blaas met ureteren en nieren uitgepraepareerd. Macroscopisch zien de nieren en urineleiders er normaal uit, ook op doorsnee. De blaas wordt opengeknipt en bevat nagenoeg geen vocht meer, zoodat ik wel mag aannemen, dat de hond haar blaas volkomen kon ontledigen en geen residu terug bleef na de mictie.

De overgang van het darm-slijmvlies op dat van de blaas is duidelijk te zien. Bij ombuigen naar buiten blijkt ook hier weer, dat blaas en darmwand waarschijnlijk eerst in de submucosa met elkaar vergroeid zijn, daar de beide mucosae uitéén wijken. De kleur van het darmslijmvlies is veel bleeker dan die van de blaasmucosa. Ook het relief van de plooien is verschillend en er is duidelijk een niveauverschil. Van cystitis is met het bloote oog niets te zien. Draden zijn niet te vinden, tenminste niet aan de slijmvlieszijde, zoodat het catgut geresorbeerd schijnt.

Microscopisch onderzoek. Nieren en nierbekkens zijn normaal. Teekenen van ontsteking zijn niet te vinden.

De overgang van darm op blaas vertoont vrijwel hetzelfde beeld als die bij den vorigen hond. Ook hier een duidelijk litteeken in alle lagen behalve in de mucosa. Toch bestaat er geen hiaat in deze

Sluiten