Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Door het overhechten van de einden was de langste afmeting van het aldus gevormde ileumreservoir zeker 1 a 2 cM. korter geworden dan de oorspronkelijke lengte van de ileumcylinders (10 cM.). Bovendien was de diameter ook minder dan 2 X de doorsnee van het ileum, maar toch zeker nog wel lVs X zoo groot. Opmerkelijk was, dat de vaten in den eenen mesenteriumsteel goed, in den anderen bijna niet voelbaar klopten. Hoe dit kwam, weet ik niet zeker, maar een lichte torsie kan hiervan misschien de oorzaak geweest zijn.

De aanstaande nieuwe blaas werd zorgvuldig schoongemaakt en in de buurt van den koepel der blaas gelegd; daarna de buik op de gewone wijze gesloten. De duur dezer operatie bedroeg ls/4 uur.

Na de operatie herstelde de hond zich weldra.

2 Maart 1910. De hond, die het aanvankelijk goed maakte, ziet er ziek uit, is lusteloos, drinkt niet en hikt nu en dan, zoodat er waarschijnlijk peritonitis is opgetreden.

4 Maart 1910. In den vroegen morgen is de hond, wier toestand langzamerhand verergerd was, gestorven. Bij de sectie vond ik het volgende: in de buikholte ± een glas vies haemorrhagisch stinkend vocht.

De darmen waren tot één klonter verbakken, zoodat het op het eerste gezicht niet duidelijk was, waar de perforatieopening zich bevond. De darmlissen, die losjes tegen elkaar verkleefd zaten, kunnen gemakkelijk stomp losgemaakt worden; de anastomose in het ileum blijkt sufficiënt geweest te zijn. Weldra bleek toen, dat de geisoleerde ileumcylinder de bron van het kwaad geweest was; het eene einde was omgeven met het en daartusschen door sijpelde eene slijmige massa naar buiten. Bij het losmaken van het net bleek aan één der einden van de doorloopende serosamuscularis hechting eene opening te bestaan. Bij het openknippen van het darmreservoir bevatte dit een vrij groote hoeveelheid taai wit slijm. Of de druk van dezen inhoud de perforatie in de hand gewerkt had, kan ik niet uitmaken, maar lijkt me wel waarschijnlijk daar natuurlijk een deel dezer slijmmassa reeds in de buikholte gevloeid was.

Tot mijn spijt kon ik niet meer nagaan, of het insufficiënte einde het orale of anale deel der vereenigde darmlappen was, daar ik geen herkenningsteeken achtergelaten had in den vorm van een geknoopte hechting, waarvan de einden lang afgeknipt waren. Bij het volgende tempo zou dit geen bezwaar geweest zijn, daar in vivo bij het knijpen in den darm de richting der peristaltische beweging aan-

Sluiten