Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de blaas buiten de wond getrokken en het peritoneuin zoo veel mogelijk er van losgepraepareerd. Daarna worden de ureteren opgezocht en zoo ver vrij gemaakt van den blaaswand, dat een slappe darmtang beneden de inmondingsplaats der ureteren aan den blaashals aangelegd kan worden. Vervolgens wordt de blaasfundus gepuncteerd, de aanwezige urine opgevangen en daarna zooveel van de blaas boven de klem gereseceerd, dat alleen een lapje blaaswand met de ureteren en hunne intredingsplaatsen behouden blijft. Dit lapje wordt met gaasjes bedekt om de periodiek uitspuitende urine op te vangen. Het anale einde van de geïsoleerde lis wordt nu afgeknipt, de inhoud van deze laatste verwijderd, hetgeen vrij veel moeite kost en daarna eene eindelingsche anastomose gemaakt tusschen de blaashalsstomp en het afgeknipte anale einde der lis. Eerst een achterste doorloopende hechting (zijde No. 1) beiderzijds de mucosa vrijlatend, gevolgd door een achterste doorloopende hechting (catgut No. 1) van beide wanden in hun geheele dikte. Nu wordt getracht van uit den blaashals een dunne Nélatonkatheter retrograde in te brengen, hetgeen mislukt, daar de katheter telkens op ± 10 cM. afstand van den blaashals steken blijft. Eenige pogingen, om van de peniszijde uit, de blaas te katheteriseeren, mislukken eveneens. Daarna doorloopende voorste hechting (catgut) door den geheelen wand en ten slotte een voorste doorloopende serosamuscularishechting (zijde No. 1). Hierna wordt de darmlis overlangs met den thermocauter geopend en het blaaslapje, waarin de ureteren uitmonden, in den wand dier lis ingenaaid en wel doorloopend in twee étages (slijmvlies en muscularis met catgut, muscularis en serosa met zij). In de praevesicale ruimte wordt een jodoformgaastampon gelegd, het peritoneum zoo goed en kwaad als het gaat, boven de kunstblaas vastgenaaid, om deze extraperitoneaal te krijgen en daarna de buik in étages gesloten. Duur der operatie ± \&U uur.

8 October 1910. Den eersten dag na de operatie is Moor goed, maar den tweeden dag begint hij te kwijnen en sterft hedenmorgen.

Bij de sectie vond ik het volgende:

Peritonitis hoofdzakelijk in het onderste deel van den buik rondom de kunstblaas. Bij het verwijderen van den tampon uit de praevesicale ruimte kwam er een massa stinkend troebel vocht te voorschijn.

De geheele kunstblaas met ureteren en blaashals wordt uitgesneden. Het lapje blaaswand, waarin de ureteren uitmonden, blijkt de schuldige te zijn. Er is hier insufficiëntie van den naad over een groote lengte. De hechtingen van kunstblaas aan blaashals waren sufficiënt.

Sluiten