Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

uroep III.

4 omschakelingen in verschillende deelen van den darmtractus („Gegenschaltung").

1 controleproef op de Gegenschaltung.

Groep IV.

2 partieele blaasplastieken met een gesteelden ileumlap. 4 totale blaasplastieken met een gesteelden ileumlap.

Ik zal nu achtereenvolgens van de verschillende groepen het resultaat der operaties, de anatomische-, histologische- en physiologische bijzonderheden bespreken, de laatste voor zoover ze na te gaan waren.

Groep I. Beide honden bleven leven. Vooral de eerste met dermatoplastiek, waar dus het slijmvlies van den darm naar buiten gekeerd was, vertoonde verschillende merkwaardigheden en is daarom zoo interessant, omdat hier ad oculos gedemonstreerd werd, hoe zoo'n darmlap zich gedraagt in zijn nieuwe omgeving.

De darmlap bleef zijn normale aspect behouden, zoowel in den beginne, toen alle prikkels van buiten af (zooals traumata, licht en lucht) zorgvuldig vermeden werden, als later, toen de hond zonder eenig verband op den darmlap vrij rondliep en het slijmvlies dus telkens blootstond aan allerlei laesies en prikkels van den hond en zijne omgeving.

Het darmslijmvlies, dat aanvankelijk de mooie roode kleur van normaal darmslijmvlies vertoonde, was na verloop van 3 maanden, toen ik den darmlap verwijderde, iets bleeker getint, maar vertoonde gedurende al dien tijd nooit een ulcus of defect. Van overtrekking met huidepitheel was geen spoor te ontdekken, zelfs niet aan de randen. De mesenteriumvaten oblitereerden niet.

Histologisch bleek de bouw van den darmlap geheel te beantwoorden aan die van normalen dunnen darm.

Aan de randen was een duidelijk bindweefsellitteeken te zien in de verschillende lagen, behalve in het slijmvlies. Darmslijmvlies en huidepitheel liggen iets naar binnen omgebogen en vlak tegen elkaar, hier en daar door epitheelcellen, die van de darmmucosa afstammen, aan elkaar gekit; van metaplasie geen spoor.

In de vaten, nl. de venen van het mesenterium, vele corpuscula, hetgeen wijst op het behoud van resorptievermogen van het slijmvlies en dus ook op het behoud van zijne physiologische functies, waartoe

Sluiten