Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

oblitereeren niet en in het slijmvlies treden geen ulceratieve of metaplastische veranderingen op.

III. De physiologische functies der geïmplanteerde darmlappen, voor zoover deze na te gaan zijn, blijven behouden.

IV. Partieele maagwand- en blaaswandplastieken met darmlappen hebben geen nadeeligen invloed op de functies van maag en blaas.

V. Normale maag- en blaasinhoud hebben geen deletairen invloed op darmslijmvlies.

VI. De geïmplanteerde darmlap vergroeit met zijne omgeving door middel van een bindweefselstrook, die alle lagen der wanden aan elkaar verbindt, behalve de mucosa, wier continuiteit na korter of langer tijd hersteld wordt door vorming van nieuw zich differentieerend slijmvlies, dat zoowel van den darm als de omgeving afkomstig is.

VII. Eene blijvende antiperistaltiek in den dunnen darm is niet met het leven vereenigbaar.

VIII. De gevolgen der „darmomschakeling" (Gegenschaltung) gelijken op een lokalen ileus, zonder dat het darmlumen ergens gereduceerd is.

IX. Partieele maag- en blaasplastieken met darm kunnen in daarvoor geschikte gevallen van practisch nut zijn, met dien verstande evenwel, dat men ze alleen in het alleruiterste geval toepassen zal en eventueel in meerdere tempi verrichten moet.

Sluiten