Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hun onderneming zouden moeten opgeven, tengevolge van de verliezen, die de cocolitzle hun zou toebrengen. Dat Cortez verschoond bleef van dit droevige lot, moet toegeschreven worden aan de omstandigheid, dat de 600 Spanjaarden, die hem vergezelden, te voren een epidemie van modorra (zooals de epidemieën in St. Domingo genoemd werden) hadden doorstaan.

Dit is dus een aanwijzing, dat deze twee namen cocolitzle en modorra behooren tot een en dezelfde ziekte (F i n 1 a y).

Uit een correspondentie tusschen Finlay en een Spaanschen geestelijke en philoloog in Yucatan, die in het bezit was van een collectie oude Indiaansche manuscripten, over de vraag, of deze eenig licht zouden kunnen geven over het wezen van de z.g.n. cocolitzle, blijkt, dat cocolitzle in Yucatan niet voorkwam, maar meer in Mexico. Yucatan was van 1517 (jaar van kolonisatie) tot 1648 vrij van epidemieën, volgens alle Spaansche schrijvers. Volgens de Indiaansche manuscripten was er in 1648 een epidemie van xekik (= black vomit) onder de Indianen en wel voor de vierde keer. De vorige drie keer moeten dus voorgevallen zijn vóór 1517 en dus vóór de ontdekking door de Spanjaarden. Dat de epidemie van xekik van 1648 gele koorts was, kan met vrij groote zekerheid worden afgeleid uit een uitvoerige beschrijving van deze epidemie door een Spaanschen geestelijke uit dien tijd (C o g o 11 u do, Historia de Yucatan).

De Spanjaarden, die in Mexico landden, noemden de ziekte, welke zij daar hadden te doorstaan, pestilencia, peste of epidemia, welke laatste naam dus eigenlijk een vertaling is van het Mexicaansche woord cocolitzle.

De geestelijken R a y m o n d, Breton en du Tert r e, de eersten, die de gele koorts duidelijk beschreven

2

Sluiten