Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De stad had toen 40.000 inwoners en een sterftecijfer van 8 a 9000 aan gele koorts, volgens een andere bron waren deze cijfers resp. 73.000 en 14.000. De mortaliteit tijdens deze epidemie bedroeg 40 %. Tijdens de sterkste uitbreiding stierven er dagelijks 50 a 60, soms zelfs 70 menschen. Deze epidemie werd veroorzaakt door een schip, afkomstig uit Amerika, dat onderweg een groot deel der bemanning aan gele koorts verloren had, maar, om ongehinderd in de Spaansche havens te kunnen binnenloopen, in Gibraltar zijn papieren veranderde en een nieuwe bemanning aan boord nam. Bij aankomst in Malaga waren er echter nog eenige zieken aan boord, die, op slinksche wijze aan land gezet, de groote epidemie veroorzaakten.

Als een oude bron betrouwbaar is, zou in Gibraltar reeds gele koorts zijn geweest in 1649.

Zware epidemieën zijn hier voorgekomen in 1798, 1799, 1800, 1804 en 1813. In 1804 bedroeg de bevolking 9000 en de militaire bezetting 4000. Er stierven toen in totaa/ 6000 menschen aan gele koorts. De laatste epidemie in Gibraltar was die van 1828.

In Barcelona brak in 1821 een zware epidemie uit. Volgens Audouard bedroeg de bevolking toen 140.000. Toen de epidemie uitbrak, vluchtte de helft van de bevolking uit de stad. Er bleven dus ongeveer 70.000 over en hiervan stierven in den tijd van 3 a 4 maanden (vandaar de bekende benaming „maladie de cent jours") 16 a 17000 menschen, dus ongeveer een vierde gedeelte. De mortaliteit was 80 %.

In de voorstad Barcelonette stierf van de bevolking van 8000 meer dan de helft, terwijl 1000 menschen zich redden door de vlucht.

Op het hoogtepunt van de epidemie stierven er in Barcelona meer dan 400 menschen per dag.

Sluiten