Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

24 van de 27 patienten gaf het bloed van nog 4, na injectie, een typische infectie bij caviae. In gekleurde bloedpreparaten van de 3 bovengenoemde gevallen was het gevonden aantal leptospiren naar evenredigheid niet grooter.

In organen werd slechts éénmaal het micro-organisme gevonden n.1. in de lever van een patiënt, gestorven op den vierden dag van de ziekte.

Het onderzoek van de urine was in 13 gevallen negatief. Injectie van urine van één van deze 13 gaf bij caviae een positieve infectie; er konden toen bij deze caviae geen leptospiren worden gevonden.

Bij 67 % der ratten en muizen in Guayaquil werden ook leptospiren gevonden, die echter, volgens N o g u c h i, naar aanleiding van biologische proeven, moeten worden beschouwd als te behooren tot de groep van de leptospira ictero-haemorrhagiae en in immuniteitsreacties af te wijken van de leptospira icteroïdes.

In een zeer gering aantal gevallen zou het N o g u c h i gelukt zijn bij caviae verschijnselen, zeer veel gelijkend op die van de gele koorts bij den mensch, teweeg te brengen door den beet van vrouwelijke Aëdes aegypti, die tevoren bloed gezogen hadden van een gele-koorts-patiënt of van een cavia, die experimenteel met leptospira icteroïdes was geïnfecteerd.

Bij vergelijkende immunologische onderzoekingen van de leptospira icteroïdes en de leptospira ictero-haemorrhagiae vond N o g u c h i, dat de werking van immuunsera tegen beide op verre na niet absoluut specifiek was.

Min of meer specifiek was de complementbindingsreactie, maar toch ook nog niet absoluut.

Het phenomeen van Pfeiffer gaf nog de duidelijkste differentiatie tusschen de twee soorten van micro-organismen.

Sluiten