Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ner, een dergelijke strijd tegen de Aëdes reeds eens georganiseerd en wel in Mandailing, waar men meende op deze wijze de malaria te kunnen verminderen. Dit gebeurde in een tijd, toen de kennis der muskieten nog niet zoo algemeen was doorgedrongen. De malaria werd er dan ook niet door beïnvloed, maar het effect op het aantal Aëdes en andere muskieten was opvallend. Wat hier mogelijk was, zou dus in een tijd van gevaar ook elders met succes kunnen geschieden.

Men zou dus voorloopig kunnen volstaan met het opmaken van een plan voor een dergelijke campagne, om zoo noodig onmiddellijk daarmee te kunnen beginnen. Door onderzoekingen in Amerika is uitgemaakt, dat door een grondige opruiming der broedplaatsen reeds na acht dagen een belangrijk resultaat, merkbaar aan de vermindering van het aantal vliegende insecten, bereikt kan worden.

Op het congres in Bangkok, waar dit vraagstuk ook behandeld werd, is door Snijders nog op een ander gezichtspunt gewezen. Mocht werkelijk de endemische dengue op den duur een relatieve immuniteit tegen de gele koorts geven, een veronderstelling, die na de proefnemingen in Amsterdam niet uit de lucht gegrepen is, dan zou het opruimen van de Aëdes, die ook de dengue overbrengt, feitelijk beteekenen het wegwerpen van het kind met het badwater. In dit licht bezien, zou het dus zelfs wenschelijk zijn, geen verandering te brengen in den bestaanden toestand, althans in gebieden met endemische dengue, tot definitief is uitgemaakt in welke betrekking de gele koorts staat tot de dengue en omgekeerd.

Voorloopig ontbreekt elke aanwijzing, dat er behalve de muskieten nog andere langdurige virusreservoirs bestaan. In den zieken mensch gaat het virus reeds binnen enkele

Sluiten