Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ademhaling 28. Sinds de opname is patiënt 1 K.G. lichter geworden. 31 December gaat patiënt op verzoek naar huis.

Tweede opname. 6 Maart 1922, des avonds wordt hij, succumbeerende, weer opgenomen.

Hij heeft thuis spoedig dikke beenen gekregen, heeft veel buikpijn gehad en is erg benauwd geworden. Zijn toestand werd ondragelijk. Er is sterk oedeem van de beenen en van het onderste gedeelte van den romp. In den buik zijn groote tumoren door te voelen. De pols is frequent, 140, ademhaling 32, temperatuur 38°.

De urine is zuur, bevat eiwit en urobiline en geeft een neerslag met azijnzuur in de kou.

7 Maart overlijdt patiënt.

Samenvatting. In de ziektegeschiedenis van dezen 34 jarigen patiënt staat een kwaadaardig gezwel van de rechter nierstreek op den voorgrond. Hardnekkig hoesten, het eerste symptoom, wordt misschien reeds door longmetastasen veroorzaakt. Een gezwel in de nierstreek en pijn zijn aanwezig; het derde hoofdverschijnsel van maligne niertumoren bloedwateren ontbreekt althans macroscopisch.

Voor maligniteit pleitten bij de opname reeds de vergroeiing met de lever en de pathologische beenreflexen rechts. De spontane fractuur van de 11e rib rechts is nog een aanwijzing, en het verdere verloop laat aan de kwaadaardigheid van het gezwel geen twijfel. Patiënt is gedurende de opname in het ziekenhuis ',een Hveinig in gewicht afgenomen. Van cachexie is eigenlijk geen sprake. De urine bevat veel eiwit — er is geen reactie van Esbach vermeld — verder chondroïtinezwavelzuur, waardoor het eiwit in de kou neerslaat, en urobiline. Het sediment bestaat uit roode bloedlichaampjes, enkele witte bloedlichaampjes, enkele cylinders en epitheelcellen.

De urobilinurie kan door levermetastasen of door bloeding in {len tumor verklaard worden. Er is polyurie, de hoeveelheid urine per 24 uur is 3 Liter; het soortelijk gewicht 1009, is in overeenstemming met die hoeveelheid. Patiënt heeft veel dorst. Hij zweet sterk. De pols is frequent. De bloeddruk is 180 m.m. kwik. De temperatuur is subfebriel. Het bloedsuikergehalte is niet bepaald. Cystoscopisch wordt na 10 minuten, links en rechts, een zwakke blauwuitscheiding gezien. Röntgenonderzoek toont aan, dat onder een sterk schaduwgevend

Sluiten