Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

carcinomen zijn 1, 2, 3, 5 en 9 achterwege gelaten, omdat de oorsprong van den tumor in deze gevallen onzeker is.

Geval 10 is een groote tumor zonder metastasen. Van de sarcomen zijn er twee waarschijnlijk neuroblastomen, in het derde is de oorsprong van den tumor onzeker.

Glynn (1911), citeert geval I van Brüchanow, als geval van bijniercarcinoom bij een kind zonder hirsutisme. Hier wordt beschreven, dat aan de oppervlakte van den tumor, midden tusschen lever en nier resten van de bijnier gevonden worden, zoodat dadelijk duidelijk is, dat het gezwel uit de bijnier ontstaan is. Dit is zonder meer, niet aannemelijk. Glynn geeft zelf reeds aan, dat zijn geval 22, afkomstig van O g s t o n (III) vreemd is. Hier is een dubbelzijdige vergrooting van de bijnieren bij een meisje van 16 jaar, dat in ontwikkeling nog geheel kind was. Dit geval is niet te rekenen onder de bijniergezwellen bij volwassen vrouwen met geslachtsafwijkingen.

Ga 11 ais, (1912). Geval XVII, XXI en XXII betreffen ovariaaltumoren, die wat te lichtvaardig van de bijnier worden afgeleid, geval XXX is niet meer dan een opmerking, gevallen XXIII, XXIV en XXV zijn dubbelzijdige bijnierhypertrophiën, die onvolledig zijn beschreven; geval XXXVI is onduidelijk.

Wilson, (1913), (geval 2). Man van 47 jaar, was jaren lang bekend om zijn enorme kracht. Na groote ontbering op een 5 dagen lange tocht door Alaska kreeg hij pijn en bemerkte hij een zwelling in den bovenbuik. Behalve een tumor in epigastrio werden multipele gezwellen over het lichaam, het hoofd en de nek gevonden. Nadeexcisie van een okselmetastase wordt de diagnose hypernephroma? gesteld. Bij de obductie worden groote gezwellen op de plaats van beide bijnieren gevonden met metastasen in nieren, omentum, milt, lever, hart, longen en lymphküeren dooi het heele lichaam. Histologisch een typisch hypernephroma, bestaande uit groote, polyedrische cellen met eenige reuzencellen en enkele kleinere cellen. Men kan hier de juistheid der diagnose niet ontkennen en toch neemt men zoo'n geval bij voorkeur niet op in een kleine, critisch bewerkte statistiek.

Carnot, Saint Girons et Turquety, (1915). Man met tumoren van de bijnieren, die elk 20 gram wegen, met talrijke levermetastasen, metastasen onder de miltkapsel en in de mesenteriale lymphklieren. De galblaas is hard, met stijve wanden, waarin witachtige plekken, die microscopisch submuqueuze

Sluiten