Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gekleurd zijn met fraaie chromatinestructuur en kernlichaampje, ook wel donker gekleurd zonder duidelijke structuur. Het plasma is vaak groot, wisselend van afmetingen, grauwviolet, vaak met een of meer uitloopers. Het bevat vaak enkele, soms groote vacuolen. Nog al eens is in deze cellen geen kern te zien.

Andere alveolen bevatten kleinere homogene cellen, met licht gekleurde, ronde kern, met fijn cromatinenet en een of twee kernlichaampjes. Deze kernen hebben 2 x de diameter van een lymphocytenkern. Het plasma is lichtrose, ongeveer IV3 X de diameter van de kern, rond, vaak met een uitlooper. Tusschen deze cellen vindt men fijne, lange, rosé gekleurde vezels, die soms zoo overwegen, dat zij het microscopisch beeld geheel beheerschen. De bindweefselschotten, die de alveolen begrenzen zijn vaak door vezelbundels, die de verschillende alveolen verbinden, onderbroken. Het beeld vertoont daar groote gelijkenis met centraal zenuwweefsel en met de doorsnee van den nervus opticus.

Tenslotte zijn er nog donkere kernen zonder plasma, die IV2 X de diameter van een lymphocytenkern hebben en rond tot spoelvormig zijn — tot lengte = 2 x de breedte. Waar deze kernen overwegen, liggen ze vaak op hoopjes en vormen op enkele plaatsen, fraaie samengestelde rozetten.

De drie beschreven celsoorten komen respectievelijk overeen met gangliencellen, sympathoblasten en sympathogoniën.

De vezels zijn de uitloopers dezer cellen, sympathische zenuwvezels. De cellen liggen soms in aparte alveolen, meestal zijn in dezelfde alveolen verschillende celsoorten bijeen gelegen. In groote gebieden van den tumor is deze alveolaire bouw niet duidelijk, overweegt het parenchym van den tumor, waardoor hier en daar dunne en dikke bindweefselschotten verloopen. Op andere plaatsen is het stroma sterk gewoekerd, het bevat veel fibroblasten en bindweefselvezels, kris kras door elkaar, kernrijke vaatspruiten en hier en daar los of in groepjes de boven beschreven cellen. Ook wel overweegt lymphocytair infiltraat.

Er zijn uitgebreide bloedingen met resten van bloeding, bruingele klompjes in phagocyten, en uitgebreide necrosen. Ook verkalkte haardjes worden gevonden. Soms zijn de tumorcellen gelegen jn een fijnkorrelige, vuilrose massa, die blijkbaar een degeneratieproduct van de vezels voorstelt.

Met Soedankleuring blijkt in den tumor weinig vervetting te feestaan, geen dubbele breking.

Sluiten