Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kenmerkend klinisch beeld, in twee aparte typen te onderscheiden.

De neuroblastomen van het type Pepper en Hutchison worden in tabellen IV en V vermeld. Slechts in twee gevallen bestonden zoowel levermetastasen als schedelmetastasen. Deze werden tot het type Hutchison gerekend.

Uit de oudere literatuur verder heb ik de zoogenaamde kleincellige sarcomen van de bijnier verzameld, die op de voor neuroblastomen typische wijze metastaseeren en die dus zeer waarschijnlijk ook neuroblastomen zijn. Daarvan, zijn in tabel VI 8 gevallen van het type P e p p e r, in tabel VII 22 gevallen van het type Hutchison bijeen gebracht.

Tabel VIII geeft een overzicht over den leeftijd der patiënten in deze verschillende gevallen. Gezwellen van het type P e p p e r worden daarin door P , die van het type Hutchison door H aangegeven.

Enkele gevallen laten zich niet in deze tabellen onderbrengen:

le. Drie gevallen van neuroblastoma, met grooten primairen tumor zonder typische metastasen.

Lapointe en Lecène (1907). Meisje van 19 maanden. Twee-vuist-groot gezwel van de linker bijnier met metastasen in de periaortale en mediastinale lymphklieren. Microscopisch rozetten en fibrillen aanwezig.

Glom set (1915). Jongen van 2 jaar. Klinische diagnose: niersarcoom. Groot gezwel van de rechter bijnier, diameter 9 c.M. Metastasen in talrijke lymphklieren, de lever, wervels en pijpbeenderen. De lever bevat talrijke tumorknobbels, echter geen diffuse metastasen. Gangliëncellen, rozetten, vezels. Men zou dit geval ook wel onder het type P e p p e r kunnen rangSchikken.

Lehman (1917). Jongen van 11 maanden. Vuist-groote t^mor van rechter bijnier. Twee en een halve maand na exstirpatie geen teekenen van recidief. Rozetten, en fibrillen aanwezig.

2e. Twee gevallen van neuroblastoom van de bijnier zonder klinische verschijnselen, te weten de gevallen van:

Marchand (1891). Ruim kers-groot gezwelletje in rechter bijnier bij meisje van 9 maanden. Microscopisch groote gelijkenis met foetale hersenen en foetale sympathicusgangliën.

Sluiten