Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

meestal bij jonge kinderen waargenomen. De oudste patiënt was 14 jaar.

Het is een zeer kwaadaardig gezwel, dat slechts zelden in de omgevende organen ingroeit, maar gekenmerkt is door een uitbundige metastaseering, die het klinische beeld geheel beheerscht. Slechts in enkele gevallen is de bijniertumor zelf het belangrijkste verschijnsel.

Naar de localisatie van de metastasen kan men twee aparte, zeer typische ziektebeelden onderscheiden: het type P e p p e r met levermetastasen en het type Hutchison met schedelmetastasen.

Uit tabel VIII blijkt, dat tusschen beide typen een belangrijk verschil in leeftijdsbezetting wordt waargenomen: de meeste gevallen van het type P e p p e r komen voor bij heel jonge kinderen, onder de 5de maand; soms werd reeds bij de geboorte een enorme levertumor waargenomen. De meeste gevallen van het type Hutchison doen zich voor tusschen het eerste en vijfde levensjaar. Dit geldt zoowel voor de zekere als voor de waarschijnlijke gevallen van beide typen en is een welkom argument om deze laatste tot de neuroblastomen te rekenen.

De links- of rechtszijdigheid van den bijniertumor is niet van invloed op het type der metastasenvorming; evenmin het geslacht van den patiënt*). Wel lijken de tumorcellen in het type Pepper minder rijp dan in het type Hutchison; dit is door een uitgebreid onderzoek ad hoe bevestigd. L a n d a u wees erop, dat de rijpheid van de gezwellen van den sympathicus toeneemt met den leeftijd van den drager; terwijl de kwaadaardigheid |afneemt. Bij zijn jongsten patiënt vindt hij soliede klompjes van sympathogoniën, bij den in leeftijd erop volgenden rozetjes en alleen bij zijn oudsten patiënt bundelvormige rangschikking der zenuwvezels.

In het type Hutchison bestaan vaker en uitgebreider lymphkliermetastasen dan in het type Pepper. Het is aannemelijk, dat de levermetastasen haematogeen, de schedelmetastasen lymphogeen ontstaan. De primaire bijniertumor is in het type Hutchison over het algemeen grooter dan in het type Pepper, maar dit schijnt meer met den leeftijd van den drager dan met de wijze van metastaseering samen te hangen: hoe ouder de patiënt, hoe grooter de tumor.

l) Zie hiervoor tabel IV—VII.

Sluiten