Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zijn beschreven. Onder deze z.g. sarcomen konden wij de typische gevallen van carcinomen en neuroblastomen door de klinische verschijnselen herkennen. De rest blijft voorloopig, uit gebrek aan positieve gegevens, als sarcoma te boek staan, en omvat dus o.a. ook d< minder typische gevallen van neuroblastoma en carcinoma. Een bespreking van deze literatuur heeft natuurlijk weinig waarde. Wij willen alleen vermelden, dat Frew onder zijn z.g, kwaadaardige gezwellen van het bijniermerg eenige gevallen meedeelt, die zeer veel overeenkomst vertoonen met geval F.

Nu is het wel merkwaardig ,dat terwijl uit den ouden tijd vrij veel mededeelingen bestaan, waarin een groot materiaal van bijniergezwellen in zijn geheel is verwerkt, de nieuwe literatuur in hoofdzaak beperkt is tot casuistische mededeelingen over carcinomen en neuroblastomen. Men weet dus niet recht of er nog sarcomen zijn of niet. Om n.1. een sarcoom van de bijnier aannemelijk te maken moet men zeker weten, dat het geen carcinoma of neuroblastoma is. De gebruikelijke leerboeken, met uilzondering van Ewing, vermelden nog wel sarcomen van de bijnier. Al is het materiaal, dat in dit proefschrift verwerkt is niet groot, het is tenminste volledig, d.w.z. alle beschikbare kwaadaardige gezwellen, die met zekerheid van de bijnier konden worden afgeleid, zijn erin vermeld. Hierbij is gebleken, dat, behalve de carcinomen en neuroblastomen, nog andere maligne gezwellen van de bijnier voorkomen, die wij dus voorloopig in een rommelgroep, Sammelbüchse volgens Landau, moeten onderbrengen. Deze gezwellen zien er uit ah rondcellen-sarcomen en er is dus geen bezwaar hen voorloopig sarcomen te noemen. Het is alleen maar jammer, dat men niet kan aantoonen, dat zij in werkelijkheid sarcomen zijn, dus b.v. van bindweefsel uitgaan. Kenmerkende eigenschappen, die als richtsnoer bij de bestudeering van de literatuur zouden kunnen dienen, werden in deze beide gevallen niet gevonden.

In de literatuur zijn verder een aantal dubbelzijdige melanosarcomen van de bijnier bij volwassen personen beschreven. Meestal zijn dit vrij groote symmetrische gezwellen en bestaan talrijke kleinere melanosarcomen in verschillende organen. In een deel van deze gevallen is de primaire natuur zeer twijfelachtig, met name is de vraag of deze gezwellen niet van de huid of van het oog uitgegaan kunnen zijn. Marchand deelde mede, dat in het geval, dat door Reinhardt als melanoom

Sluiten