Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Intusschen heeft liet gebrek aan kennis omtrent het -wezen der betreffende ziekten uit den aard der zaak ten gevolge, dat onder éen naam in wezen geheel verschillende ziekten waren samengebracht. Als voorbeeld noem ik de ziekte, die vroeger in het algemeen typhus werd genoemd, die zich in hoofdzaak uitte door een koortstoestand met algemeene slaperigheid en daarom zenuwzinkingkoorts heette. Sedert het wezen der ziekte en haar oorzaak nader zijn bestudeerd, heeft zich het symptomen-complex gesplist in een febris typhoidea, die door den typhus-bacil wordt verwekt en een typhus recurrens, welke door een geheel ander mikroorganisme bleek te ontstaan. De bacteriologie heeft ons geleerd, dat ook niet alles, wat febris typhoidea werd genoemd, bijeen behoorde, en dat een nieuwe scheiding in paratvphus A en paratyphus B noodzakelijk was. Dit voorbeeld, dat met vele andere kan worden vermeerderd, doet zien, dat ziekteverschijnselen niet meer dan uiterlijke kenteekenen zijn, ontstaan als reactie van het organisme op geheel verschillende oorzaken. Steunt; in het door mij genoemde voorbeeld de fijnere indeeling der ziektebeelden op een zoo moderne wetenschap als de bacteriologie, reeds in het midden der achttiende eeuw heeft Mokgagni, de grondlegger der ziektekundige ontleedkunde, den weg gebaand voor een wetenschappelijke indeeling der ziekten. Hij is het geweest, die als zetel der ziekte de organen heeft aangewezen, en die aldus aan de ziekteleer een anatomischen grondslag heeft gegeven.

Het is een grooten stap van Morgagni naar Virchow; toch valt er in heel dien langen tusschentijd niets voor wat van zoo groote principieele beteekenis in het geneeskundig denken is geweest. Viechow's cel I ulair-pathologie, vasthoudend aan Morgagni's begrip van den anatomischen zetel der ziekte, tracht de veranderingen te doorgronden, die onder pathologische omstandigheden in de weefselcellen bestaan. Virchow leerde, dat het wezen der ziekte in de ziekelijke verandering der cellen is gelegen.

Neem ik als voorbeeld de leer der gezwellen. Inderdaad is gebleken, dat de mikroskopisclie indeeling der nieuwvormingen, steunend op de voor elke groep kenmerkende ver-

Sluiten