is toegevoegd aan je favorieten.

Eenige beschouwingen over functiestoornissen als grondslag van het geneeskundig denken

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Geachte Voorganger, waarde Hijmans van den Bergh!

In de jaren van Uw hoogleeraarschap heb ik een groot aantal van Uw leerlingen leeren kennen en meen daardoor eeniger mate in staat te zijn Uw werk te beoordeelen. Ik heb daardoor de overtuiging gekregen, dat aan Uw studenten niet alleen feitenkennis werd bijgebracht, maar dat Gij ook de moeilijke kunst verstaat hun jeugdig denken in wetenschappelijke banen te leiden. Ik spreek den innigen wensch uit, dat het mij gegeven moge zijn den eerbied voor de inwendige kliniek, dien Gij hier in breeden kring hebt weten af te dwingen, te doen voortduren.

Van mijn eigen academische leermeesters kan ik velen slechts met weemoed gedenken. Het is mij een hehoefte de namen te noemen van Rosenstein, van van Iterson en boven allen dien van Siegenbeek van Heukelom, wiens voortreffelijk onderwijs den grondslag heeft gelegd voor mijn wetenschappelijken arbeid.

Een bijzonder voorrecht is het mij U te mogen toespreken, hooggeachte Nor.,en. Tot U heb ik steeds in een zeer bijzondere verhouding gestaan Al ben ik tot mijn spijt nooit Uw assistent geweest, toch is Uw werk, dat ik van nabij heb mogen gadeslaan, voor mij in menig opzicht een voorbeeld, Uw kritiek voor mij steeds buitengewoon leerzaam geweest.

Nu ik een nieuwen werkkring aanvaard, is het mij een behoefte mijn Haagsche vakgenooten van ganscher harte dank te zeggen voor al het goede, dat ik in mijn samenwerken met hen steeds heb mogen ondervinden. Mijn arbeid van lange jaren in het Gemeente-Ziekenhuis, de vriendschap, die ik daar van velen heb genoten, zij blijven mij voor altijd een dankbare herinnering. Het feit, vriend Rochat, dat ik niet meer naast U zal mogen werken is voor mij éen der schaduwzijden van mijn vertrek.

Dames en Heeren Studenten, in het bijzonder gij mijn aanstaande leerlingen! Ik kom niet als een vreemdeling tot U. Sinds meer dan tien jaar mocht ik regelmatig Groningsche studenten ontvangen in het Haagsche Ziekenhuis en gaarne