Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

belemmert het zuur milieu de oxydatie aanmerkelijk, terwijl deze reactie ook geremd wordt door andere stoffen, die in het extract aanwezig zijn.

Evenwel wordt door alle schrijvers, die proeven met beide reacties, zoowel met de guajac-reactie als met de benzidine-reactie, genomen hebben, deze laatste als zeer gevoelig, en als gevoeliger dan de eerste beschouwd.

Echter is de benzidine-reactie niet geheel bewijzend voor bloedkleurstof; behalve het haemoglobine kunnen talrijke andere organische en anorganische stoffen het benzidine tot een blauwe verbinding oxydeeren. Alle deze stoffen vat men tezamen onder den naam: oxydasen.

O. en R. AüLER (24) roemden benzidine als uiterst gevoelig reagens op bloed. Volgens SCHUMM P3) kan men met dit reagens nog 0.00004 gram bloed in 8 ccm. waterige oplossing aantoonen, terwijl, om de guajacproef positief te krijgen, acht maal zooveel bloed noodig is.

Ik voerde de reactie steeds als volgt uit:

Een hazelnoot groot stuk faeces wordt in een mortier goed gewreven met 1 deel ijsazijn of azijnzuur 80 % en 2 deelen alkohol 96%. Daarna wordt gefiltreerd. Aan het filtraat wordt een mespunt benzidine toegevoegd, waarna ongeveer V4 volumen H2O2 3% wordt bijgegoten. Bij aanwezigheid van bloedkleurstof ontstaat dan een groene tot blauwe verkleuring van de geheele vloeistof.

Behalve dat men aan de intensiteit van de kleur, bij behoorlijke oefening, een goede aanwijzing heeft voor de beoordeeling van de hoeveelheid aanwezig bloed, heeft men deze ook aan de sneldheid waarmede de kleursverandering optreedt.

Soms ontstaat al aanstonds, bij toevoeging van het

Sluiten