Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dan overeenkomt met het in de faeces gevonden bloed. Vooral is dit het geval bij carcinoom van de maag of van den darm. Vermoed kan dan worden, dat er meer bloed verloren wordt, dan wordt aangetoond volgens de gewone methoden. Dit bloed zou dus aan onze waarneming ontsnappen. Wanneer men echter opnieuw bedenkt, dat de beschreven, en het vaakst uitgevoerde, reacties berusten op de overdracht van de zuurstof door middel van de ijzerhoudende bloedkleurstof, dan ligt het vermoeden voor de hand, dat gedeeltelijk uit een deel van de bloedkleurstof het ijzermolecuul zou zijn verdwenen, dat derhalve een ijzervrij derivaat gevormd zou zijn. Sommige dezer ijzervrije bloedkleurstof-derivaten aan te toonen, is alleen mogelijk langs spectroscopischen weg, zooals duidelijk door SNAPPER (19) is aangetoond.

Hoe onderscheidt men nu spectroscopisch deze verschillende omzettingsproducten onderling?

Alvorens over te gaan tot de beantwoording dezer vraag, is het noodig eerst de werkwijze te beschrijven, volgens welke ik het extract, dat spectroscopisch moet worden onderzocht, bereid.

In een porceleinen mortier wordt een nootgroot stuk faeces goed gewreven met een overmaat van aceton, waarna gefiltreerd wordt. Wat op het filter achterblijft, wordt met den stamper stevig uitgeperst. Daardoor blijft het geheel dan als een vaste massa aan den stamper hangen en kan zoo uit het filter genomen worden. Daarna wordt deze massa in een mortier zeer goed gewreven met zoo weinig mogelijk van een mengsel van 1 deel ijsazijn of azijnzuur 80 % en 2—3 deelen azijnaether. Vervolgens wordt opnieuw gefiltreerd. Het ver-

Sluiten