Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het onwaarschijnlijk is, dat dit reeds het geval zou zijn in den dunnen darm. Het was mij in één geval mogelijk om uit den dunnen darm tijdens een gastroenterostomie naar aanleiding van een maagzweer, een weinig faeces te verkrijgen. Terwijl bij den patiënt herhaaldelijk haematoporphyrine was aangetoond in de ontlasting, kon ik het karakteristieke spectrum niet te voorschijn brengen uit den inhoud van den dunnen darm. Hoewel dit slechts één geval betreft, meen ik toch het recht te hebben te twijfelen aan de vorming van haematoporphyrine in den dunnen darm, daar toch, in de langs den gewonen weg gewonnen ontlasting wel haematoporphyrine kon worden aangetoond.

Daarentegen kon door mij, evenals door SNAPPER reeds aangetoond was, bij ulceratieve processen in het geheele verloop van den dikken darm, in de ontlasting porphyrine worden aangetoond, meestal tegelijk met het haemochromogeen; hierom houd ik het voor waarschijnlijk dat de ontleding van de bloedkleurstof geschiedt voornamelijk in het onderste gedeelte van het darmkanaal.

Obstipatie heeft geen invloed op de porphyrine-vorming; bij patienten met chronische obstipatie kon ik geregeld porphyrine in de ontlasting aantoonen. Diarrhoe evenwel maakt het aantoonen van het haematoporphyrine moeilijker. Door de snelle passage van de ontlasting door het darmkanaal en door het kortere verblijf ervan in den dikken darm toch, kan de ontleding van de bloedkleurstof blijkbaar niet zoo volkomen plaats hebben. In enkele gevallen, waarin ik tevoren bij goedgevormde ontlasting porphyrine gemakkelijk had kunnen aantoonen, mislukte mij dit geheel, of was de aanwezigheid van het

Sluiten