Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tevens de haemochromogeen reactie sterk positief was, maar het porphyrine spectrum ontbrak.

Ook ik was éénmaal in de gelegenheid een dergelijk ziektebeeld te kunnen bestudeeren. Het betrof een patiënt met maagkanker en twijfelachtige levermetastasen, met aanvankelijk geringen icterus. Herhaaldelijk was door mij in de ontlasting niet alleen het haemochromogeen spectrum aangetoond, maar daarnaast ook het porphyrine spectrum. De ontlasting werd echter steeds lichter van kleur bij gelijkblijvend dieet en daarmede ging gepaard een geleidelijk onduidelijker worden van het porphyrinespectrum. Toen eindelijk de ontlasting de bekende stopverfkleur had aangenomen en met de reactie van SCHLESINGER geen urobiline kon worden aangetoond, bleef het haemochromogeen-spectrum even duidelijk als vroeger; het porphyrine-spectrum daarentegen was verdwenen. De uitbreiding van de carcinoom metastasen in de lever was dus hiermede gedemonstreerd, maar tevens bleek hieruit de onmisbaarheid van de gal voor de omzetting van bloedkleurstof tot haematoporphyrine. Ten overvloede zij hierbij er nog op gewezen, dat, niettegenstaande het dieet bladgroenten bevatte, ook thans geen porphyrine aantoonbaar was.

De invloed van de gal op de vorming van haematoporphyrine in het darmkanaal, wordt voldoende gekarakteriseerd met de volgende uitspraak: zonder afvoer van gal naar den darm kan geen omzetting van bloedkleurstof tot haematoporphyrine plaats hebben.

Daar opvallend dikwijls een sterke haematoporphyrinereactie, met minder sterke haemochromogeen-reactie optreedt in gevallen van maagkanker, terwijl hierbij soms

Sluiten