Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den catheter aanligt. Deze hoeveelheid kan men door ijking bepalen. Bij onze proeven was 0,5 cm3 in den regel voldoende.

Om een ballon te maken legt men een reep van het beste en dunste condoomgummi om een metaalstaaf ter dikte van den catheter en plakt de reep met rubberoplossing tot een buis samen. Deze buis wordt over de punt van den catheter geschoven, totdat zij de opening o (zie fig. 1) bedekt; dan wordt zij boven bij a en onder bij b afgebonden en het overtollige weggeknipt Met een dun reepje rubber en wat rubber-oplossing wordt het boveneinde op den catheter vastgeplakt; het ondereinde wordt even in de rubber-oplossing gedoopt om het luchtdicht te maken.

Blijkt bij onderzoek, dat de ballon geen lek heeft, dan schuift men voorzichtig in den catheter een dunnere buis op, die met een spuit met water wordt verbonden. Voorzichtig spuitende, en langzaam de binnenhuis terugtrekkende vult men ballon en catheter met watei.

Het bepalen van de hoeveelheid water die in de ballon gebracht moet worden, als deze zich eenmaal in het hart bevindt, kan als volgt geschieden:

Een flescli met wijden hals wordt half met water gevuld. Zij is gesloten door een caoutchouc stop waarin 2 openingen zijn aangebracht. Door de eerste opening wordt de met water gevulde catheter met ballon gestoken, zoodat deze laatste tot in het water reikt. De andere opening wordt met een spuit en een kwikmanometer in verbinding gebracht en wel op zoodanige wijze, dat de druk in de flesch naar willekeur kan worden gewijzigd en steeds in absolute maat kan worden afgelezen.

Het vrije einde van den catheter wordt door den-

Sluiten