Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een plateau gevormd wordt. Daarna begint de diastole en daalt de druk snel. Als de wijzer bijna den nulstand bereikt heeft, treedt in de dalende lijn een knik op, de uiting van de sluiting der valv. semilunares.

Tusschen de verschillende systolische verheffingen zien wij kleinere uitslagen van den wijzer, nog niet ten volle 1 mm hoog. Men zou bij oppervlakkige beschouwing wel geneigd zijn, deze uitslagen te verklaren als te zijn veroorzaakt door de voorkamercontracties, en aldus een analogie te zoeken tusschen onze krommen en de klassieke cardiogrammen van Marey. Maar wij willen hier dadelijk op den voorgrond stellen, dat de door ons gebruikte registreerinrichtingen niet in staat waren, snelle drukschommelingen nauwkeurig weer te geven. Kleine, kort durende verheffingen werden in 't geheel niet geregistreerd, terwijl anderzijds de eigen trillingen der toestellen, — zooals boven, op bl. 17 reeds is vermeld dikwijls niet konden worden vermeden.

Vergelijken wij de tijdsverhoudingen der verschillende toppen in de hier genoemde figuur 1 PI. I met die in een aantal soortgelijke, door ons vervaardigde krommen, dan worden wij er toe gebracht, er van af te zien aan de kleine verheffingen, die in het ventrikelmechanogram tusschen de systolische kamerdrukuitslagen in zijn gelegen, een bepaalde physiologische beteekenis toe te kennen. Het komt ons het waarschijnlijkst voor, dat wij hier slechts met een natrilling van den manometer hebben te doen.

Het is ook deze traagheid van den manometer, die ons belet, het tijdsverschil tusschen het begin van het kamer-Iii. (j. en het begin van het inechanocardiogram met alle gewenschte nauwkeurigheid te meten. De lijn van het mechanogram verheft zich daartoe niet steil

Sluiten