Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de aconitine mogen stellen. Want reeds voordat aconitine ingespoten was, was aan de E. K. G. van dezen hond partieel hartblok te zien. Vermoedelijk was hier een mechanische vagusprikkeling in het spel, hetzij dat de sonde, welke door de carotis heen in de linker kamer geschoven werd, op den vagus drukte, hetzij dat de zenuw, toen de linker carotis uit haar vaatschede werd geïsoleerd, gekneusd of gerekt was geworden. Afgezien van deze twee gevallen, hebben wij van vagusprikkeling niets waargenomen.

Is er nu een verklaring te vinden voor het feit, dat de onderzoekingen van Cash en Duns tan en van Matthews op dit punt met de onze in strijd zijn?

"\\ ij hebben reeds in de inleiding doen uitkomen, dat niet alle aconitine-soorten identisch zijn. Het ligt dus voor de hand, om aan te nemen, dat de aconitine, door deze onderzoekers gébruikt en van andere herkomst dan de onze, ook eenigszins andere werking vertoonde. Toch is het noodig, dat wij ons vooraf afvragen, of niet een andere oorzaak voor het verschilpunt opgespoord kan worden.

Vooreerst merken wij op, dat wij bij onze honden steeds voor ruime kunstmatige ademhaling hebben zorg gedragen. Indien de longventilatie bij de proefdieren der andere onderzoekers minder ruim is geweest, zoodat misschien een gebrek aan O en een overmaat aan C02 prikkelend op het verlengde merg konden werken, moeten bij hen de verschijnselen van vagusprikkeling te voorschijn zijn gekomen. Geschiedt de longventilatie door natuurlijke adembewegingen, en worden deze door de toediening van aconitine minder effectief, dan komt wel is waar vagusprikkeling na aconitine-vergiftiging voor den dag, maar de vagus wordt daarbij door de bloedgassen, niet door aconitine geprikkeld.

3

Sluiten