Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Op de volgende afbeelding (fig. 5, PI. I) zien wij een iets verder stadium der vergiftiging dan op fig. 4, PI. I. Deze kromme is van denzelfden hond afkomstig als fig. 4, PI. I, en opgenomen nadat nog 0,05 mg aconitine ingespoten was. Zooals men bij vergelijking gemakkelijk ziet, zijn de onregelmatigheden in de hartswerking toegenomen: het aantal atypische E.K.G. is in verhouding tot het aantal typische grooter geworden.

Beschouwen wij de E.G. die met A2 B2, B3 en Ak B4 zijn aangegeven, nader. Het zijn een drietal atypische krommen van den vorm van heterotope autogene contracties van den linker ventrikel. Even vóór het begin van de eerste zien wij nog even een voorkamertop P6 voor den dag komen. De afstand van dezen tot den voorafgaanden voorkamertop P5 is precies gelijk aan het interval tusschen de twee typische contracties aan het begin der afbeelding. Zoeken wij verder of wij ergens nog een spoor van een voorkamertop in deze atypische kamerE.G. kunnen ontdekken, dan valt ons een knik op in B3. Meten wij den afstand tot den volgenden duidelijk herkenbaren top P8 en tot den voorafgaanden top P6, dan blijken deze afstanden onderling gelijk te zijn en even lang als het interval tusschen de twee typische contracties aan het begin der afbeelding. Hierdoor is dus ook deze knik herkend als een effect van voorkamercontractie. De met P1, P2, P3 enz. in de figuren aangegeven toppen toonen aan, dat de voorkamer rustig doorgeklopt heeft, terwijl de kamer onregelmatig begon te werken. Wij zien dus aan deze kromme, dat het vergif in sterker mate op de kamer werkt dan op voorkamer; een feit, dat wij nog aan vele andere voorbeelden zouden kunnen demonstreeren.

Sluiten