Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

beelding bespreken. Zij zijn, zooals wij op den eersten blik zien, beterotope autogene contracties uitgaande van den linker tak van den bundel. In de toppen Bk, B5 en Be zien wij een duidelijken voorkamertop, die op ongeveer denzelfden tijd na het begin der kamercontractie te voorschijn komt. Hier hebben wij dus een typisch voorbeeld van omgekeerde slagorde. Eerst begint de kamer bij Ait A5 en A6 telkens gevolgd door de voorkamer bij P8, P9 en P10. Maar is door deze omgekeerde slagorde nu ook bewezen, dat de prikkelingsgeleiding in tegengestelde richting heeft plaats gehad?

In geenen deele.

In de eerste plaats vestigen wij de aandacht op de richting van den P-top. Ofschoon deze niet op een horizontaal stuk der kromme oprijst, is het toch gemakkelijk te zien, dat hij positief is. Daartoe trekke men de opgaande lijn van den .ö-top van het atypische kamer-E.G. slechts door in den zuiveren vorm zooals deze zich bijv. in Bt, B2 en P3 vertoont. Alle twijfel wordt dan opgeheven. Een tweede, even afdoende bewijs voor het positief zijn van den P-top wordt geleverd door zijn gespleten spits. De splijting is zoowel in P8, P9 en P10 als in P4 duidelijk zichtbaar.

Het positief zijn van den P-top sluit onmiddellijk de mogelijkheid van een prikkelingsgeleiding in omgekeerde richting uit.

Maar ook al was P negatief, toch zou in onze figuur de omgekeerde slagorde niet door omgekeerde prikkelingsgeleiding maar door dissociatie moeten worden verklaard. Dat bij de kamercontracties AB4, AB5 en AB6 de voorkamertop telkens in ongeveer dezelfde phase van het kamer-E.G. valt, is slechts toevallig. Bij P7 geeft een spits in de opgaande lijn, bij P6 geeft een verhooging

Sluiten