Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schets ik reeds in den zomer van 1859 ontworpen en in den eersten druk van dit werk heb medegedeeld; tevens verwijs ik den lezer naar de fraai gekleurde — en in 't voorbijgaan gezegd, tot nog toe eenig naauwkeurige en getrouwe afbeeldingen in de brochure van semeleder: »Die Rhinoskopie» Leipzig, Engelmann, 1862.

Eene uitvoerige aanwijzing tot een speciaal onderzoek der bijzondere deelen van de neus- en keelholte houd ik, in zoover hierbij geene geheel bijzondere en nieuwe kunstgrepen noodig zijn, voor den denkenden waarnemer voor even zoo overtollig, en bij het oneindige aantal van mogelijke gevallen, voor even zoo onvoldoende als in de laryngoskopie. Bij de eerste rhinoskopische onderzoekingen van mij zelf, die ik in Maart 1858 begonnen ben, gebruikte ik mijn autoskopische toestel — dien standaard met verlichtings- en tegenspiegels, welken ik ook bij de onderzoekingen van mijne keel aanwendde.

Ik rigtte alles zoodanig in, als voor de inspectie van het strottenhoofd ; daarbij echter trok ik het t willekeurig ontspannen zachte gehemelte met een stijven draad, wiens eene eind eene lus vormde en haakvormig omgebogen was , naar voren en boven , en bragt toen een kleinen natuurlijk verwarmden keelspiegel, met schuins naar boven gerigte spiegelende oppervlakte zoo onder het opgeligte zachte gehemelte, dat hij de stralen die van den hollen reflector kwamen in de neus-keelholte wierp en beelden van de verlichte deelen terugkaatsen moest. Deze autorhinoskopische methode is, gelijk ik aangetoond heb, zeer bijzonder geschikt voor leerrijke demonstratie's. Om niet beide handen, waarvan de eene den gehemeltehaak, de andere den spiegel hanteerde, te gebruiken en de aandacht te verdeelen, had ik mij al rasch na die eerste pogingen, door den bediende in het physiologisch laboratorium van de K. K. Josephs-Akademie te Weenen een regthoekig gebogen buis van metaal laten maken, in welks bogt een ovale spiegel onder een hoek van 45° geplaatst werd. Het kortere, slechts eenige lijnen lange schuins afgesneden been dier buis. werd achter het zachte gehemelte, in de neus-keelholte ingebragt; door het lange been viel er licht in die holte.

Spoedig bleek echter de noodzakelijkheid om het lange been van de buis voor het grootste gedeelte in eene halve buis te verande-

Sluiten