Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Met betrekking tot den weg dien ik insloeg om nevensgaande photographiën te vervaardigen, deel ik het volgende mede:

Ik maakte eerst door middel van mijn instrument tot zelf onderzoek bij sterk zonlicht op de bekende wijze zoo helder mogelijk laryngo- en rhinoskopische spiegelbeelden, die in plaats van direct het oog van den vreemden waarnemer te treffen, zoo als bij mijne gewone demonstratie's, nu door den photographischen toestel die achter en boven den verlichtingspiegel geplaatst was, opgevangen en op de matglazen plaat daarin geprojicieerd werden.

Mijn vriend de Heer D. breisky, wien ik hiernevens openlijk dank zeg voor zijne bereidvaardige medewerking, zorgde er voor, dat de beelden ter juister plaats en scherp in de camera obscura

1) De drie met JS"°. 1, 2 en N°. 3 gemerkte pbotograpliieën berusten in het archief der KK. akademie van wetensch. te Weenen; andere exemplaren dier photographieën heb ik naar de parijsche akademie gezonden (zie Compt. rendus N°. 22 van 25 Nov. 1861). — N°. 1 en No. 2 zijn stereöakopisehe dubbelbeelden op glaa gephotographieërd. Ieder van hen geeft in den stereöskoop een levensgroot beeld van mijn strottenhoofd, gedurende het aangeven met de borststem van een toon van middelbare hoogte. Men overziet in de diepte de 4 stembanden, de glottis voealis en de boezems van Morgagni, rondom begrensd door de korte plastisch naar omhoog gerigte opzetbuis, die door het strottenklepje, de bekervormige kraakbeenderen en de ary-epiglottische plooijen wordt gevormd; ter zijde daarvan, dringt de blik in de diepe met slijmvlies bekleede groeve, die gelijk men weet aan beide zijden tusschen de binnenvlakte van het schildvormig kraakbeen, de buitenvlakte van het ringvormigkraakbeen en van het ligam. aryepiglotticum overig blijft, de Sinus pyriformis (tubtital). Beide afbeeldingen zijn niet juist in de middellijn genomen, waardoor het asymmetrisch naast en tegen elkander aanleggen van mijne bekervormige kraakbeenderen (de cornua Santorini kruissen elkander, dat van de regterzijde steekt namelijk in zijn geheel over dat van de linkerzijde vooruit, zie over deze asymmetrie de opgaven van gabcia en mijne vroegere, plaat II fig. 5) nog meer opvallend is. De afbeelding N°. 2 is daarbij meer van achteren, N°. 1 meer van boven genomen, waarom er in N°. 1 van de bekervormige kraak, beenderen minder, van den bodem der tong meer in het spiegelbeeld komt, dan in N°. 2. — N°. 3 is eene rhinoskopische photographie op glas en stelt voor een verkleind beeld van het middenschot, van de regter choane, de middelste en bovenste neusschelpen, en van een gedeelte der achtervlakte van de huig; de linker choane ligt in de schaduw.

Sluiten