Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nog gelukt was, de lijderes door plotseling diep inademen (ofschoon dit natuurlijk niet door het ontoegankelijk strottenhoofd, maar door de kanule geschiedde), door de poging om hooge toonen en den klank d uit te brengen enz., tot het oprigten van hare epiglottis in staat te stellen.

Ik ontwaarde het volgende beeld, dat ik in lig. 16 a geschetst heb. De valsche stembanden waren ietwat gezwollen, rood geklemd maar gemakkelijk beweegbaar, terwijl zij elkander spoedig lot in het midden konden naderen en aanraken en ook weder zoo ver uiteen konden wijken, dat de ventriculi morgagni die invertikale ïigting eenigzins vernaauwd waren en de ware stembanden, duidelijk te voorschijn kwamen.

De ware stembanden vertoonden eene nagenoeg normale witachtige kleur en tot mijne verbazing eene tamelijke bewegelijkheid, vooral trollen mij bij plotseling krachtige inademingen en bij een opzettelijk geluid, de bewegingen van hun achterste gedeelte, waarin de stembands uitsteeksels der bekervormige kraakbeenderen zich bevinden.

Eene volledige sluiting van de glottis vera door de toenadering der randen van de ware stembanden kon niet tot stand gebragt worden; het meest gaapte de stemspleet tusschen de processus vocales.

Tusschen de gapende randen der glottis zag ik in eene ondiepe overlangsche groeve, die door twee donkerkleurige slijmvlieszwellingen gevormd werd.

De plaats waar de vernaauwing van het strottenhoofd zich bevond, was dus gevonden. Zij ligt onder den vrijen rand der ware stembanden, wier bovenste lagen benevens de overige zigtbare keeldeelen afgezien van de geringe zwelling der valsche stembanden cn der omgeving van de bekervormige kraakbeenderen — in de hoofdzaak normaal zijn.

Om de uitgestrektheid en de gesteldheid van de strottenhoofds-

Sluiten