Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

AANHANGSEL.

Over polypen en woekeringen van epithelium in den larynx.

Nadat ik in Januarij 1859 door middel van den keelspiegel het eerst de diagnose van een strottenhoofdspolyp gemaakt en gepubliceerd had (zie boven geval 2) waren mij zoovele gevallen van ware nieuwvormingen in het strottenhoofd voorgekomen, dat ik reeds in de eerste uitgave (pag. 97) kon ter neder schrijven, «dat zoodanige pathologische veranderingen veel menigvuldiger voorkomen, dan men tot nu gemeend heeft.»

Met de spoedig toenemende verspreiding van den keelspiegel, is eehter het aantal gevallen van nieuwvormingen in het strottenhoofd in zulk eene mate toegenomen, 1) dat bevoegde autoriteiten «niet konden nalaten de vrees te koesteren, dat de laryngoskopie tegenwoordig het getal woekeringen in het strottenhoofd te hoog aanslaat en elke daar voorkomende zwelling voor eene woekering verklaart.«

«Ware het aantal van nieuwvormingen in het strottenhoofd zoo aanzienlijk, als het bij de laryngoskopie scheen te blijken, zoo liet er zich geene verklaring voor vinden, waarom zij zich in vroeger' tijd — daar deze woekeringen dan toch in grootte toenemen en met gevaar van verstikking dreigen, — zelfs ook in latere tijd perken zoo volkomen aan de waarneming zouden hebben onttrokken-).»

Zonder te kunnen instaan voor de opgaven van andere waarnemers, welke het door mij aangevoerde feit hebben bevestigd, zonder de mogelijkheid eener diagnostische dwaling bij een vlugtig of onvoldoend laryngoskopisch onderzoek te willen ontkennen, en niettegenstaande de tegenspraak tusschen mijne boven aangehaalde zinsnede en de ondervinding der chirurgen en patholoog anatomen

1) Zie o. a. verscheidene gevallen van larynxpolypen, die door mij in Parijs zijn waargenomen in het voorjaar en in den herfst van 1860. Gazette des Höpitaux, en vooral de mededeelingen van lewin in de Allgem. Med. Cent. Zeit. van 12 October en 4 Januarij 1862.

2) Zie Deutsche Klinik No. 2. 1862.

Sluiten