Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tot heden toe, moet ik die toch tegenover alle aanvallen krachtig verdedigen.

Ja al wilde men ook een groot gedeelte van de waarnemingen omtrent strottenhoofdspolijpen die sedert de invoering der laryngoskopie zijn bekend gemaakt als twijfelachtig of onnaauwkeurig verwerpen , zoo zoude er toch altijd een voldoend aantal van zeer naauwgezette volkomen ondubbelzinnige waarnemingen overblijven, wat zeer veel gewigt in de schaal legt.

Of de grond der tegenspraak tusschen de laryngoskopische feiten en de klinische en pathologisch-anatomische waarnemingen gelegen is in den langzamen groei der woekeringen, in de verwaarloozing van het onderzoek van het strottenhoofd bij lijkopeningen, of in andere nog onbekende omstandigheden, kan ik niet beslissen, maar ik wil nog een meer overtuigend bewijs aanvoeren voor het feitelijk bestaan van die nog onopgeloste tegenspraak.

Ik heb namelijk sinds mijn vertrek van Pesth naar Praag, in het kort tijdsverloop van naauwelijks Vk jaar onder betrekkelijk weinig keellijders, die ik in de gelegenheid was hier te onderzoeken, reeds weder vier nieuwe gevallen van fraaije strottenhoofds polypen gevonden, terwijl het rijke pathologisch-anatomisch museum alhier, aan hetwelk sedert tientallen van jaren duizende secties het materiaal leveren, . slechts twee of drie nieuwvormingen in het strottenhoofd vermag aan te wijzen.

Eenige der onlangs door mij waargenomene gevallen zijn de volgende:

1. Op den 4flen December 1860 onderzocht ik een alhier woonachtigen handelaar van 35 jaren, dien Dr. gosciiler mij had toegezonden. Hij leed sedert 3 jaren aan eene vrij belangrijke heeschheid en had reeds de meest verschillende geneesmiddelen zonder goed gevolg gebruikt. Noch de anamnese noch het gewone onderzoek van den lijder leverde een uitgangspunt tot verklaring van zijne kwaal. Het onderzoek met den spiegel daarentegen verklaarde terstond als oorzaak van de gezamelijke ziekteverschijnselen het bestaan van een groot onregelmatig knollig product van nieuwe vorming van eene witachtige kleur, dat regts aangehecht zijnde eenige strepen ver in de holte van het overigens normale strottenhoofd vooruit stak.

Sluiten