Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gebruik hij terstond begrepen en met goed gevolg bij mij beproefd had, te hebben medegenomen, ten einde het verdere verloop van zijne kwaal door autolaryngoskopische waarnemingen na te gaan en zich voor te bereiden tot de operatieve verwijdering der woekeringen.

Patiënt is den 83,en December 1862 weder bij mij gekomen, nadat hij mij in den zomer gedurende mijne afwezigheid uit Praag meermalen te vergeefs had opgezocht.

Hij bragt mij een fleschje met '10 tot 12 druif- of bloemkoolvormige stukken die hij opgehoest en naar aanleiding van het door mij geuit verlangen ') daar ik zulks verwachtte, zorgvuldig verzameld had. De hoeveelheid der opgehoeste stukken te zamen, die in grootte en in vorm zeer verschilden, zal wel niet veel minder bedragen hebben dan de hoeveelheid epitheliumwoekeringen die er in het begin (U Januarij) in het geheel aanwezig waren (zie fig. 34 A).

Het mikroskopisch onderzoek van onderscheidene dezer stukjes bewees, dat zij — even als in geval 19 — geheel en al uit kern houdende cellen bestonden, die naar de oppervlakte toe plavei-

1) Deze verwachting steunde op de ondervinding, die ik bij het analoge geval, als 19 boven beschreven, had opgedaan. Tijdens de eerste waarne rning (zie fig. 30) bestonden er in dat geval twee woekeringen in het strottenhoofd van den lijder; de eene die zeer groot was, bevond zieh op den regter ondersten stemband en vulde de tot ademen wijd geopende stemspleet voor het grootste gedeelte; de andere was veel kleiner en ont sproot uit de voorste vlakte van het linker bekervormig kraakbeen.

Eenige maanden later, nadat er gelijk vermeld is eenige stukjes waren opgehoest, vertoonde zich het laryngoskopisch beeld eenigzins gewijzigd. Wel waren de beide woekeringen nog steeds aanwezig, maar terwijl de kleinste zich enorm vergroot had, was de grootste die uit den rand van den regter s.emband zijn oorsprong nam, aanzienlijk in omvang afgenomen en gedrongen in den hoek tusschen den oorsprong van de epiglottis en de stembanden.

Wederom eenige maanden later, niet lang voor mijn vertrek uit Pesth, zag ik den patiënt, wiens benaauwdheid en aphonie aanmerkelijk verbeterd waren. Het laryngoskopisch onderzoek bragt het bestaan aan het licht van nog slecht s eene woekering en wel van degene die van den regter stemband afkomstig was, terwijl de andere geheel was uitgehoest en aan haar punt van oorsprong aan het bekervormig kraakbeen slechts eene gladde rondachtige verhevenheid had achter gelaten.

Sluiten