Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gladde doorschijnend witte blaas met dikke wanden, die tot eene tamelijke spanning met vloeistof gevuld was.

Daar ik spoedig hierop Peslh verliet was ik niet in de gelegenheid dit eigenaardig geval verder waar te nemen, maar ik heb den patiënt die zeil' geneesheer is aangeraden, zich met mijn toestel tot zelfonderzoek te oefenen om mijne observatie door eigen waarneming te constateren en verder meer bijzonderheden en mogelijke veranderingen na te gaan.

5. Een zonderling verschijnsel nam ik waar in een geval dat ik in December 1860 te Praag onderzocht. Het betrof een jongen man, die dikwijls aan katarrh van de raak en van de neusholte had geleden en die klaagde over verzwakking van zijn gehoor en over onaangename gewaarwordingen in het bovenste gedeelte van de raak.

Het rhinoskopisch onderzoek leverde op eene sterke roodheid en zwelling van het slijmvlies in de neus-keelholte met eene overvloedige slijmalscheiding en zwelling der slijmvliestepeltjes. Op de hoogte der tuba openingen bestond er een halfronde dikke zwelling, die de tubae aan het gezigt onttrok en de neuskeelholte van achteren at en van ter zijde in eene bovenste en onderste afdeeling splitste.

6. Op den 10""1 October 1861, liet mijn geachte vriend Dr. neudörfkr mij in het k. k. garnizoens-hospitaal alhier ontbieden om een jongen man rhinoskopisch te onderzoeken. Als men liet cavum pharyngo-nasale van patiënt met den vinger onderzoekt, voelt men namelijk zeer duidelijk gezwollene ligchamen, die men kan omvatten en welke den indruk geven van polypen, terwijl hunne ligging en vorm echter niet met juistheid kan bepaald worden. Daar er natuurlijk aan eene operatie gedacht werd, zoo zou patiënt vooraf rhinoskopisch onderzocht worden — eene lofwaardige voorzigtigheid, die men in dergelijke gevallen nooit moest verzuimen!

De inspectie die zoowel bij lamp- als bij zonlicht in het werk gesteld werd, en die zonder eenige moeite volkomen gelukte, vertoonde het volgende niet onbelangrijke beeld; zie fig. 36.

Aan de linker, de hardhoorende zijde (in het spiegelbeeld natuurlijk de regter) stak een bijna vingerdikke naar boven en naar onderen dun toeloopende slijmvlieszwelling (g) vooruit, waarop een liktee-

Sluiten