Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

teekent men ze terecht gaarne ietwat van terzijde, omdat er op die manier het meest van het voorwerp te zien komt, wat op zijn beurt de herkenning bevordert. Maar met dit al b y het een systeem van beperkte strekking, dat de werkelijkheid slechts uit een zeer bepaalden hoek weergeeft, en dus afbeeldingen levert ganscheljjk niet in overeenstemming met den futuristischen chaos van indrukken, die de dingen zelf bij ons wekken. De moeilijkheden die een buitenstaander, die et systeem niet kent, aanvankelijk ondervindt, kan men wellicht het best, hoewel in het overdrevene, navoelen als men zelf eens plaatjes bekijkt van voorwerpen nu eens met uit de gewone, maar bv. uit verticale richting gezien, zooals de redactie van het „Leven" die niet lang geleden haar lezers als prijsraadsel heeft voorgelegd, en zooals de waarnemers m vliegtuigen ze ons thans dagelijks leveren.

Eén van die moeilijkheden ligt, zooals wij dat bij de eerste serie reeds konden vaststellen, in het perspectief; dat men de dingen die men „recht" weet, „scheef" ziet. Hier bij de 2e serie bleek dit nog eens weer bij de sirihdoos (2 m.) en bij de pipisan (1 m.). Aangenomen dat men inderdaad met meer weet hoe men de dingen in werkelijkheid nu eigenlijk ziet, eischt. het toch nog eenige nadere verklaring, waarom dat'' scheeve" bij de teekening nu plotseling de herkenning zou verhinderen, terwijl men met het voorwerp zelf, in denzelfden stand opgesteld, niet de minste moeite heeft. De oorzaak daarvan is deze, dat de reden die de p.p. voor zijn met herkennen opgeeft, niet de eigenlijke of althans niet de eemge reden is Men moet zich dat zóó voorstellen, dat het herkennen van plaatjes voor den ongeoefende een geheel nieuw en - zooals wij bezig zqn aan te toonen — bovendien een zeer moeilijk probleem is, waarvoor hij al zijn aandacht noodig heeft. Daardoor vallen hem vooreerst vaak allerlei bijzonderheden op die ons vrijwel voorbijgaan, terwijl hij dan voorts om zich een oordeel te vormen wat hij nu eigenlijk ziet, uiteraard zijn waarnemingen zal gaan toetsen aan de voorstelling, die hij zich in het algemeen van de dingen gemaakt heeft, en met speciaa aan het optische herinneringsbeeld van den stand, dien wij voor onze teekeningen plegen te gebruiken.

Sluiten