Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dat dit inderdaad zoo is, bleek bv. nog zeer fraai uit de antwoorden by het 4<' prentje. In werkelijkheid herkemien wij een glas behalve aan den vorm, aan de doorzichtigheid en aan de eigenaardige lichtreflexen. Maar wy zyn daar al zoo aan gewoon, dat wij ons daar nauwelijks rekenschap meer van geven, en in ieder geval niet recht meer weten hoe die lichtreflexen er nu eigenlijk uitzien; getuige de moeilijkheid die iemand heeft, om een glas behoorlijk weer te geven, tenzij hij zich speciaal op het teekenen heeft toegelegd. Toen ik nu het prentje van het glas liet zien, waren er slechts drie van de twintig, die liet dadelijk herkenden. De overigen kwamen — omdat het iets nieuws gold — niet heen over de details, of wisten die althans niet, zooals bij het voorwerp in natura, aanstonds op de juiste wyze te combineeren. Eén werd dooide overlangsche strepen blijkbaar herinnerd aan een rasp; een tweede zag — zooals hij ons zelf aanwees — er de stijlen in van een desapoort (ietwat van ter zyde gezien; zie staat VII pl. 2). Maar de meesten negeerden ze eenvoudig omdat zy er niet goed raad moe wisten, en bepaalden zich alleen tot den vorm. Ja zelfs waren er drie (2 m. en 1 vr.) die, nadat ik hun het glas in natura had laten zien, de gelijkenis loochenden juist van wege die witte strepen, want „die waren er in werkelijkheid niet". Anderen, die de identificatie wèl maakten, zagen ze aan voor de bloemen van het glas; weer anderen konden ze heelemaal niet thuis brengen: dat was nu eenmaal zoo de teekening, meer konden zij er niet van zeggen. En zoo waren er ten slotte slechts twee (beiden mannen), die achteraf uit zich zelf begrepen dat het de lichtreflex moest voorstellen.

Natuurlijk hangt het resultaat in dezen ook zeer veel af van de techniek van den teekehaar. Voor gewone illustraties stellen wij daaraan uiteraard nu niet zulke heele hooge eischen; als het er maar een beetje op lykt, is het voor het beoogde doel dikwijls al voldoende. Daar komt nog bij, dat er in die techniek ongemerkt nog heel wat conventie schuilt. Men pleegt dit of dat nu eenmaal van oudsher zus of zoo af te beelden, en de geoefende weet al gauw niet beter of dat hoort zoo; hy let er dan verder niet meer op en staat min of meer verrast, als een ander, die dat niet van jongsaf geleerd heeft, zich aan die

Sluiten