Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de verschillende stadiën dier zelfverzekerdheid a. h. w. niet den vinger aan te wjjzen. Wanneer iemand vraagt: „is dat een mier?", klinkt dat stellig minder overtuigd dan wanneer h\j bv. zegt: „net als een mier", of: „dat ljjkt wel een mier", en dat op zijn beurt weer minder dan kortweg: „een mier". Ik heb er achteraf echter van moeten afzien deze zinswendingen in mijn staatjes op te nemen, omdat het my bleek, dat men hier veelal slechts te maken had niet gewoontereacties van een zuiver mechanisch perseveratorisch karakter, die men op grond daarvan bij de beoordeeling dus toch niet als een objectieven maatstaf zou mogen aanwenden. Trouwens die heele vraag kwam er voor ons doel ook weinig op aan. Hoofdzaak was, dat de teekening in al die gevallen niet werd herkend, en het staatje der vergissingen — of wil men liever het staatje der vergelijkingen (staat VII) — dient slechts om ons te wijzen waar de moeilijkheden liggen, wat de menschen tot die vergelijkingen dreef, en welke reacties men dus ten slotte in de kliniek nog als normaal zal hebben te beschouwen.

De reden dat zij zelf met zulk een dikwijls toch wel wat heel oppervlakkige gelijkenis voor den dag durfden komen, ligt naar myn meening — behalve in hun, door het lage peil hunner algemeene ontwikkeling, nog weinig critische geestesgesteldheid — juist in het feit dat zij nooit eerder prentjes zagen, en deze dus, zooals gezegd, slechts konden beoordeelen naar de voorstelling, die zij zich in het algemeen van de dingen hadden gemaakt. Als iemand het plaatje van de sirihdoos een huis noemt, de verschillende hokjes voor kamers houdt, en den langen bak voor het dak (zie staat VII N°. 8 c), dan herinnert dat levendig aan de wijze waarop een kind zich zulk een huis zou teekenen. En wij moeten wel aannemen dat beiden in zoo'n geval te rade gaan met de schematische voorstelling, die voor hen het begrip „huis'' uitmaakt1).

Er is echter nog een andere reden waarom de antwoorden

1) Mogelijk is — ik heb echter verzuimd daarnaar te vragen — dat men de naden van den langen bak aanzag voor de daklijsten. Mocht dit zoo zijn, dan heeft men hier tevens een fraai voorbeeld van het omkeeren van het projectievlak tijdens de beoordeeling, waarvan nader sprake is op blz. 62.

Sluiten